Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn [citeeropschrift: "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011"]

Datum 08/07/2011

DOCUMENT

Deel 1 Inleidende bepalingen

Art. 1.

Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder :
1°Gemeentedecreet : het Gemeentedecreet van 15 juli 2005;
2° Provinciedecreet : het Provinciedecreet van 9 december 2005;
3° stadsdistricten : de binnengemeentelijke territoriale organen, vermeld in artikel 41 van de Grondwet en titel X van het Gemeentedecreet;
4° Controlecommissie Verkiezingsuitgaven : de Vlaamse Controlecommissie voor de Verkiezingsuitgaven, zoals opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provincieraden, de gemeenteraden en de districtraden.

Art. 3.

Dit decreet is van toepassing op de organisatie van de verkiezingen van de provinciale, gemeentelijke en binnengemeentelijke organen in alle gemeenten en provincies van het Vlaamse Gewest met behoud van de toepassing van de regelingen, vermeld in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 4°, eerste lid, a) en b), en artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 4°, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen. In het bijzonder is dit decreet van toepassing op :
1° de organisatie van de verkiezing van de gemeenteraad in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest;
2° de organisatie van de verkiezing van de stadsdistrictraad in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest;
3° de organisatie van de verkiezing van de provincieraad in alle provincies van het Vlaamse Gewest;
4° de organisatie van de rechtstreekse verkiezing van de schepenen in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en in Voeren;
5° de organisatie van de rechtstreekse verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn en de verkiezing van het vast bureau in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en in Voeren.

Art. 4.

De Vlaamse Regering kan alle noodzakelijke maatregelen nemen met het oog op het goede verloop van de verkiezingen. Zij kan de provinciegouverneur daartoe eveneens de vereiste opdrachten geven.

Art. 5.

Dit decreet wordt aangehaald als : het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.

Deel 2 Voor de verkiezingsdag

Titel 1 Vaststelling van de datum van de verkiezingen

Art. 6.

De verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden, provincieraden en stadsdistrictsraden hebben van rechtswege plaats om de zes jaar, op de tweede zondag van oktober.

Titel 2 Vaststelling van het aantal te verkiezen vertegenwoordigers

Art. 7.

§ 1. Overeenkomstig artikel 5, § 3, eerste lid, en artikel 273, § 2, van het Gemeentedecreet en artikel 5, § 2, eerste lid, van het Provinciedecreet stelt de Vlaamse Regering uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de verkiezingen zullen plaatsvinden een lijst op van :
1° het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente, als vermeld in artikel 5, § 1, van het Gemeentedecreet;
2° het aantal te verkiezen stadsdistrictsraadsleden per stadsdistrict, als vermeld in artikel 273, § 2, van het Gemeentedecreet;
3° het aantal te verkiezen provincieraadsleden per provincie en per provinciedistrict, als vermeld in artikel 5, § 1, en artikel 6, § 1, tweede en derde lid, van het Provinciedecreet.

De lijst van de provinciedistricten en de aanwijzing van de provinciedistricthoofdplaats wordt vastgesteld in de tabel die als bijlage bij dit decreet is gevoegd.

§ 2. De lijst van het aantal te verkiezen raadsleden wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Titel 3 Kiesvoorwaarden en kiezerslijst

HOOFDSTUK 1 Kiesvoorwaarden voor Belgische onderdanen
Art. 8.

Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men :
1° Belg zijn;
2° de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn;
4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing, vermeld in hoofdstuk 4 van deze titel.

Art. 9.

De kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 1° en 3°, moeten vervuld zijn op de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten.

De kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° en 4°, moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing.

Art. 10.

De gemeenteraadskiezer, die voldoet aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, is een provincieraadskiezer en een stadsdistrictsraadskiezer. De stadsdistrictsraadskiezer moet in het desbetreffende stadsdistrict wonen om kiezer te kunnen zijn voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraad.

HOOFDSTUK 2 Kiesvoorwaarden voor onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie
Art. 11.

Overeenkomstig artikel 1bis, § 1, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer en stadsdistrictsraadskiezer verwerven als zij voldoen aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° tot en met 4°, en als zij, overeenkomstig artikel 12, voor 1 augustus van het jaar waarin de gewone verkiezing van de gemeenteraden en de stadsdistrictsraden plaats heeft hun wil te kennen hebben gegeven om dat stemrecht in België uit te oefenen.

Art. 12.

§ 1. Om te kunnen worden ingeschreven op de kiezerslijst, vermeld in hoofdstuk 5, moeten overeenkomstig artikel 1bis, § 2, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet de personen, vermeld in artikel 11, bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het model dat de minister van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld, met vermelding van :
1° hun nationaliteit;
2° het adres van hun hoofdverblijfplaats.

Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, tiende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de aanvragen die worden ingediend tijdens de periode die begint op de datum van het opmaken van de kiezerslijst en afloopt op de datum van de verkiezing waarvoor ze werden opgemaakt, onontvankelijk verklaard.

§ 2. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, zesde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet controleert het college van burgemeester en schepenen of de betrokkene de kiesvoorwaarden vervult. Als dat het geval is, geeft het college met een aangetekende brief de betrokkene kennis van zijn beslissing om hem in te schrijven op de kiezerslijst.

Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, zevende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet wordt de inschrijving in de bevolkingsregisters vermeld volgens de door de Koning vastgestelde nadere regelen.

§ 3. Als de aanvrager één of andere kiesvoorwaarde niet vervult, geeft overeenkomstig artikel 1bis, § 2, achtste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet het college van burgemeester en schepenen van de gemeente van zijn verblijfplaats hem met een aangetekende brief kennis van zijn gemotiveerde beslissing om de inschrijving van de betrokkene op de kiezerslijst te weigeren.

§ 4. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, negende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de beslissingen van inschrijving of van weigering van inschrijving op de kiezerslijst opgesteld volgens de modellen die de minister van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld.

§ 5. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, elfde lid, artikel 1bis, § 4, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kan, buiten de periode, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, iedereen die in de hoedanigheid van kiezer erkend is, schriftelijk verklaren dat hij van die hoedanigheid afziet bij de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft.

In dat geval mag hij pas na de gemeente- of stadsdistrictsraadsverkiezingen waarvoor hij als kiezer ingeschreven was, een nieuwe aanvraag tot erkenning als kiezer indienen.

§ 6. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, twaalfde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet blijft de erkenning in de hoedanigheid van kiezer geldig zolang de betrokkene blijft voldoen aan de kiesvoorwaarden of zolang hij niet afgezien heeft van zijn hoedanigheid van kiezer, ongeacht de gemeente waar hij zijn verblijfplaats in België heeft.

HOOFDSTUK 3 Kiesvoorwaarden voor de onderdanen van de staten die geen lid zijn van de Europese Unie
Art. 13.

Overeenkomstig artikel 1ter en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen onderdanen van de staten die geen lid zijn van de Europese Unie eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer en stadsdistrictsraadskiezer verwerven als zij voldoen aan de andere kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° tot en met 4°.

Art. 14.

§ 1. Om te kunnen worden ingeschreven op de kiezerslijst, vermeld in hoofdstuk 5, moeten overeenkomstig artikel 1ter, 1°, en artikel 86 van de Gemeentekieswet de personen, vermeld in artikel 13, bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het model bepaald bij een koninklijk besluit, dat is vastgesteld na overleg in de ministerraad, met vermelding van :
1° hun nationaliteit;
2° het adres van hun hoofdverblijfplaats;
3° een verklaring waarin de indiener van de aanvraag zich ertoe verbindt de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden na te leven.

Aan de betrokkene wordt een attest van die verklaring overhandigd. Als hij later een aanvraag indient om in een andere gemeente op de kiezerslijst te worden ingeschreven, legt hij dat attest voor.

§ 2. De personen, vermeld in artikel 13, moeten overeenkomstig artikel 1ter, 2°, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen bewijzen dat ze op het ogenblik van de indiening van de aanvraag vijf jaar ononderbroken hun hoofdverblijfplaats in België hebben, gedekt door een wettelijk verblijf.

§ 3. Artikel 12, § 1, tweede lid, en § 2 tot en met § 6, zijn van toepassing op de personen, vermeld in artikel 13.

HOOFDSTUK 4 Schorsing en uitsluiting
Art. 15.

§ 1. Personen die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling zijn definitief uitgesloten van het kiesrecht en mogen niet worden toegelaten tot de stemming, overeenkomstig artikel 6 van het Algemeen Kieswetboek.

§ 2. Overeenkomstig artikel 7 van het Algemeen Kieswetboek worden de volgende personen in de uitoefening van het kiesrecht geschorst en mogen niet tot de stemming worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt :
1° de gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen met het statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek, en de personen die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen hoofdstukken I tot en met VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.
De kiesonbekwaamheid houdt op tezelfdertijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, de verlengde minderjarigheid of de definitieve invrijheidsstelling van de geïnterneerde;
2° de personen die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling;
3° de personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld met toepassing van artikel 380bis, 3°, van het Strafwetboek of met toepassing van artikel 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.

De kiesonbekwaamheid van de personen, vermeld in het eerste lid, 3°, houdt op zodra de terbeschikkingstelling van de regering een einde neemt.

§ 3. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of van wie het kiesrecht geschorst is, worden alfabetisch in een bestand ingeschreven. Dat bestand wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Het bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen, vermeld in paragraaf 5, tweede lid. De gegevens van de personen van wie het kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. De inhoud van het bestand mag niet aan derden worden meegedeeld.

§ 4. Overeenkomstig artikel 8 van het Algemeen Kieswetboek is artikel 87 van het Strafwetboek niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid, vermeld in paragraaf 1 en 2.

§ 5. Overeenkomstig artikel 13 van het Algemeen Kieswetboek zijn de parketten van de hoven en rechtbanken ertoe gehouden de burgemeesters van de gemeenten, waar de belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling of internering in de bevolkingsregisters ingeschreven waren, alsook de belanghebbenden zelf kennis te geven van alle veroordelingen of interneringen, waartegen niet meer met een gewoon rechtsmiddel kan worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorting van dat recht tot gevolg hebben.

De kennisgeving vermeldt :
1° de voornaam of voornamen en achternaam, geboorteplaats en geboortedatum, en de verblijfplaats van de veroordeelde of de geïnterneerde;
2° het gerecht dat de beslissing heeft gewezen en de datum van de beslissing;
3° de uitsluiting van het kiesrecht of de datum waarop de opschorting van dat recht ophoudt.

De parketten van de hoven en rechtbanken geven eveneens kennis van de datum waarop de internering een einde heeft genomen.

De griffiers van de hoven en rechtbanken geven aan de burgemeesters van de gemeenten waar de betrokkenen in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, kennis van de onbekwaamverklaring en van de opheffing van onbekwaamverklaring.

De minister van Justitie bepaalt de wijze waarop die berichten worden opgesteld en de Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop ze door de gemeentebesturen behandeld, bewaard en, ingeval van verandering van verblijfplaats, doorgezonden moeten worden.

§ 6. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, derde en vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de kennisgevingen, vermeld in paragraaf 5, door de betrokken parketten en griffies van de hoven en rechtbanken gedaan op uitdrukkelijk verzoek van de gemeentelijke overheden, als die gemeentelijke overheden hebben vastgesteld dat een persoon, als vermeld in artikel 11 of artikel 13, die om zijn inschrijving op de kiezerslijst heeft gevraagd, onder de toepassing kan vallen van de maatregelen van uitsluiting en schorsing, vermeld in paragraaf 1 en 2.

De kennisgevingen, vermeld in het eerste lid, worden binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemeentelijke overheid doorgestuurd. Als er geen grond tot kennisgeving bestaat, wordt de gemeentelijke overheid daarvan binnen dezelfde termijn in kennis gesteld.

HOOFDSTUK 5 Vaststelling van de kiezerslijsten
Art. 16.

§ 1. Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op.

De lijst van de gemeenteraadskiezers vermeldt de personen die voldoen aan de kiesvoorwaarden.

De lijst van de gemeenteraadskiezers wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de gemeenteraden.

§ 2. Voor de gewone vernieuwing van de stadsdistrictsraden wordt de lijst van de gemeenteraadskiezers opgedeeld volgens de stadsdistricten. Een exemplaar van die lijst wordt onmiddellijk aan het stadsdistrictscollege bezorgd.

§ 3. De lijst van de Belgische gemeenteraadskiezers die voorkomen op de lijst van de gemeenteraadskiezers, wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de provincieraden.

§ 4. Voor elke persoon die aan de kiesvoorwaarden voldoet, vermeldt de kiezerslijst de voornaam of voornamen en achternaam, de geboortedatum, het geslacht, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer, vermeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van natuurlijke personen.

Voor de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 tot en met 14, wordt hun nationaliteit op de kiezerslijst vermeld. Bovendien staat naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 en 12, de letter "G" en naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn met toepassing van artikel 13 en 14, de letter "V".

De lijst wordt doorlopend genummerd en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten.

Art. 17.

§ 1. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing de Belgische nationaliteit verloren hebben of niet meer in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente ingeschreven zijn, worden van de kiezerslijst geschrapt.

§ 2. De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.

§ 3. Als de kennisgeving, vermeld in artikel 15, § 6, de gemeentelijke overheid bereikt nadat de kiezerslijst is opgemaakt, wordt de betrokkene van die lijst geschrapt.

Art. 18.

Aan de kiezerslijst worden tot de dag van de verkiezing de personen toegevoegd die ten gevolge van een arrest van het hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen weer als gemeenteraadskiezer opgenomen moeten worden.

HOOFDSTUK 6 Bekendmaking van de kiezerslijsten
Art. 19.

Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen door middel van een aanplakbrief algemeen bekend dat iedereen zich tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing tijdens de diensturen tot het gemeentesecretariaat kan wenden om na te gaan of hijzelf of iemand anders op de lijst staat, en of de vermelding op de lijst correct is. Dat bericht maakt melding van de procedure van bezwaar en beroep, vermeld in titel 6 en 7 van deel 2. De aanplakbrief wordt opgehangen op een aanplakbord aan het gemeentehuis.

Art. 20.

§ 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, één gratis digitaal exemplaar van de kiezerslijst af aan de personen die daarom verzoeken door middel van een aangetekende brief of door middel van elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van de verzending met zekerheid kan worden vastgesteld aan de burgemeester en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor te dragen voor de verkiezingen in de gemeente of voor de verkiezingen in het kiesdistrict waarin de gemeente ligt.

Op uitdrukkelijk verzoek kan één papieren versie worden ontvangen.

Wie geen kandidatenlijst voordraagt, kan geen gebruikmaken van de kiezerslijst, ook niet voor verkiezingsdoeleinden.

§ 2. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht, ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs één digitaal exemplaar van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de regels, bepaald in paragraaf 1, eerste lid.

Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt op het ogenblik van de afgifte van het verzoek om een digitaal exemplaar van de kiezerslijst, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.

Als de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden.

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen mag geen exemplaren van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan de personen die de lijst overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, of paragraaf 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die een exemplaar van de kiezerslijst hebben ontvangen, mogen die lijst enkel voor verkiezingsdoeleinden gebruiken.

De exemplaren van de kiezerslijsten die worden afgegeven met toepassing van paragraaf 1 en 2, mogen alleen voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden. De periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt, is daarin begrepen.

§ 4. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen van de stadsdistrictsraden, met dien verstande dat :
a) "college van burgemeester en schepenen" gelezen wordt als "stadsdistrictscollege";
b) "burgemeester" gelezen wordt als "voorzitter van het stadsdistrictscollege";
c) « gemeente" gelezen wordt als "stadsdistrict".

Art. 21.

Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden, zendt het college van burgemeester en schepenen één digitaal exemplaar van de lijst van gemeenteraadskiezers, de lijst van provincieraadskiezers en de lijst van stadsdistrictraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde. Die lijsten zijn ingedeeld in stemafdelingen overeenkomstig artikel 23.

Art. 22.

Wie als dader, mededader of medeplichtige met schending van artikel 20 één van de volgende handelingen heeft gesteld, wordt gestraft overeenkomstig artikel 238 :
1° exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen;
2° van gegevens uit de kiezerslijst gebruikmaken voor andere doeleinden dan verkiezingsdoeleinden.

Titel 4 Verdeling van de kiezers over de stemafdelingen

Art. 23.

§ 1. Als de stemming manueel gebeurt en er niet meer dan 800 kiezers zijn, vormen die kiezers één stemafdeling. Als er meer kiezers zijn, dan worden ze door het college van burgemeester en schepenen ingedeeld in stemafdelingen van ten minste 150 en ten hoogste 800 kiezers.

§ 2. Voor de provincieraadsverkiezingen en de stadsdistrictsraadsverkiezingen is de indeling in stemafdelingen gelijk aan de indeling voor de gemeenteraadsverkiezingen.

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen kent aan iedere stemafdeling een naam toe. De naam bestaat uit de naam van de gemeente, gevolgd door een volgnummer, te beginnen met het cijfer 1. Die indeling in stemafdelingen, met hun benamingen, wordt aan de provinciegouverneur bezorgd.

Het college van burgemeester en schepenen wijst voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. In één gebouw kunnen verschillende stemlokalen worden ingericht.

Titel 5 Verzending van de kiezerslijsten aan de bureaus

Art. 24.

Ten minste vijfendertig dagen voor de verkiezing bezorgt het college van burgemeester en schepenen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending twee door burgemeester en secretaris voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stemafdeling, aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau.

Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de voorzitter van het kantonhoofdbureau een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau die hij voor elke gemeente van het kanton heeft aangewezen overeenkomstig artikel 37, § 2.

De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt aan elke voorzitter van een stembureau de kiezerslijsten van zijn stembureau.

Art. 25.

In gemeenten waar verkiezingen voor de stadsdistrictsraden plaatsvinden, bezorgt het college van burgemeester en schepenen ten minste vijfendertig dagen voor de verkiezingen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending naast de uittreksels, vermeld in artikel 24, twee extra voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stadsdistrict en per stemafdeling, aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau.

Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de voorzitter van het kantonhoofdbureau een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau die hij voor elk stadsdistrict heeft aangewezen overeenkomstig artikel 38, § 2.

Art. 26.

Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen de volgende documenten rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen :
1° de lijst van de personen die, nadat de kiezerslijst is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, om een van de volgende redenen :
a) omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren;
b) omdat ze van de bevolkingsregisters in België geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland;
c) omdat ze overleden zijn;
2° de kennisgevingen die hun overeenkomstig artikel 15, § 5, na het opmaken van de kiezerslijst worden meegedeeld;
3° de wijzigingen die in de kiezerslijst zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 30, of van de arresten van het hof van beroep, vermeld in artikel 33, § 7.

Titel 6 Bezwaar tegen de kiezerslijsten bij het college van burgemeester en schepenen

Art. 27.

§ 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op die lijst de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

§ 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die de kiesvoorwaarden vervult, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van die lijst, of tegen een onjuistheid in de voorgeschreven vermeldingen.

Art. 28.

§ 1. Het bezwaar wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen dat de kiezerslijst heeft vastgesteld. De verzoeker stelt daarvoor een verzoekschrift op dat hij samen met de bewijsstukken waarvan hij gebruik wil maken, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief bezorgt aan de gemeentesecretaris of een door de gemeentesecretaris daartoe gevolmachtigde ambtenaar.

De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, schrijft het in op de datum van ontvangst in een afzonderlijk register en geeft een ontvangstbewijs af van het bezwaar en van de overgelegde bewijsstukken. Voor ieder bezwaar wordt een dossier aangelegd en de overgelegde stukken worden genummerd en geparafeerd en met hun volgnummer ingeschreven in de inventaris die bij elk dossier wordt gevoegd.

§ 2. Als de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingediend. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen. De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, maakt daarvan dadelijk een proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene verklaart niet in staat te zijn te schrijven. Het proces-verbaal neemt de door de betrokkene ingeroepen middelen over. De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een kopie aan de verschijnende persoon, na het hem te hebben voorgelezen. De ambtenaar handelt vervolgens zoals in paragraaf 1, tweede lid, is voorgeschreven.

§ 3. Het gemeentebestuur voegt gratis aan het dossier een kopie toe van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de verzoeker aanvoert om een wijziging van de kiezerslijst te verantwoorden.

Het gemeentebestuur voegt ambtshalve en gratis bij het dossier een kopie van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de door de betrokkene ingeroepen middelen, opgenomen in het proces-verbaal dat is opgesteld overeenkomstig paragraaf 2, kracht kunnen bijzetten.

Art. 29.

§ 1. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of zaken zullen worden behandeld.

Die rol van de bezwaren wordt ten minste vierentwintig uur voor de vergadering aangeplakt aan het gemeentehuis, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen.

Het gemeentebestuur brengt onverwijld en met alle middelen de verzoeker alsook, in voorkomend geval, de betrokken partijen, op de hoogte van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden. Die kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 31, tweede lid.

§ 2. Gedurende de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden het dossier van de bezwaren en het verslag, vermeld in artikel 30, tweede lid, op het secretariaat ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden.

Art. 30.

Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen, te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of vanaf het proces-verbaal, vermeld in artikel 28, § 2, en in elk geval voor de zevende dag voor de dag van de verkiezingen.

Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, als zij verschijnen.

Art. 31.

Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven.

De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het bijzondere register, vermeld in het eerste lid, een verklaring van beroep te ondertekenen.

De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden.

Als de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register, vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gebracht.

De beslissing van het college wordt neergelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen er inzage van kan nemen en er gratis een afschrift van kan krijgen.

Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst.

Art. 32.

Als zijn aanvraag tot inschrijving als kiezer geweigerd wordt, kan de onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig artikel 1bis, § 3, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet, binnen de tien dagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 12, § 3, zijn eventuele bezwaren per aangetekende brief meedelen aan het college van burgemeester en schepenen. Het college doet binnen acht dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak, en zijn beslissing wordt onmiddellijk per aangetekende brief aan de betrokkene betekend.

Het eerste lid is eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet.

Titel 7 Beroep tegen de kiezerslijsten bij het hof van beroep

Art. 33.

§ 1. Overeenkomstig artikel 27 van het Algemeen Kieswetboek bezorgt de burgemeester aan het hof van beroep, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de beslissing van het college, als vermeld in artikel 30, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief, een eensluidend verklaarde kopie van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld, alsook alle documenten die de gedingen betreffen.

Aan de partijen wordt verzocht voor het hof van beroep te verschijnen binnen vijf dagen na ontvangst van het dossier en uiterlijk de vrijdag die aan de verkiezingen voorafgaat. Het staat hun vrij hun conclusies schriftelijk naar de kamer te sturen die is aangewezen om de zaak te onderzoeken.

§ 2. Als het hof een getuigenverhoor beveelt, kan het overeenkomstig artikel 28 van het Algemeen Kieswetboek aan de vrederechter opdragen dat getuigenverhoor af te nemen.

§ 3. Als het getuigenverhoor plaats heeft voor het hof, geeft de griffier overeenkomstig artikel 29 van het Algemeen Kieswetboek aan de partijen ten minste vierentwintig uur van tevoren kennis van de vastgestelde dag en de te bewijzen feiten.

§ 4. Overeenkomstig artikel 30 van het Algemeen Kieswetboek, mogen de getuigen vrijwillig verschijnen, zonder dat zij hun recht op getuigengeld verliezen. Zij zijn verplicht te verschijnen op enkele dagvaarding. Zij leggen de eed af zoals in correctionele zaken. Als ze niet verschijnen of als ze een valse getuigenis afleggen, worden zij vervolgd en gestraft zoals in correctionele zaken. De straffen bepaald tegen niet-verschijnende getuigen worden evenwel zonder vordering van het openbaar ministerie toegepast door het hof of door de magistraat die het getuigenverhoor afneemt.

§ 5. Overeenkomstig artikel 31 van het Algemeen Kieswetboek geldt in getuigenverhoren over kiesrechtzaken de regeling van artikel 937 van het Gerechtelijk Wetboek niet.

§ 6. Overeenkomstig artikel 32 van het Algemeen Kieswetboek zijn de debatten voor het hof openbaar.

§ 7. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer overeenkomstig artikel 33 van het Algemeen Kieswetboek het woord aan de partijen, die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat.

Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen. Dat arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er gratis inzage van kunnen nemen.

Het openbaar ministerie brengt het college van burgemeester en schepenen, dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen, en alle andere partijen, onverwijld en met alle beschikbare middelen op de hoogte van het beschikkend gedeelte van het arrest.

Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd als het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt.

§ 8. Overeenkomstig artikel 34 van het Algemeen Kieswetboek wordt over het beroep zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen. Ze zijn niet vatbaar voor beroep.

Art. 34.

§ 1. Als het verzoekschrift door meer dan één verzoeker wordt ingediend, wordt overeenkomstig artikel 35 van het Algemeen Kieswetboek één enkele woonplaats gekozen. Bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen.

§ 2. Overeenkomstig artikel 36 van het Algemeen Kieswetboek wordt het getuigengeld geregeld zoals in strafzaken.

§ 3. Overeenkomstig artikel 37 van het Algemeen Kieswetboek schieten de partijen de kosten voor.

Niet alleen de eigenlijke procedurekosten worden begroot, maar ook de kosten van de stukken die de partijen tot staving van hun eisen hebben moeten overleggen in het geding.

§ 4. Overeenkomstig artikel 38 van het Algemeen Kieswetboek zijn de kosten ten laste van de verliezende partij. Worden de partijen elk op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kunnen de kosten naar verhouding worden verdeeld.

Als de eisen van de partijen niet klaarblijkelijk ongegrond zijn, kan het hof bevelen dat de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zullen komen.

§ 5. Overeenkomstig artikel 39 van het Algemeen Kieswetboek sturen de griffiers van de hoven van beroep het gemeentebestuur een kopie van de arresten.

Art. 35.

§ 1. Als het college bij zijn beslissing blijft om de inschrijving op de kiezerslijst van een niet-Belgische onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie te weigeren, als vermeld in artikel 32, kan die persoon overeenkomstig artikel 1bis, § 3, tweede tot en met vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet binnen acht dagen nadat hij van die weigering in kennis is gesteld, tegen die beslissing een beroep aantekenen bij het hof van beroep.

Het beroep wordt aangetekend door middel van een verzoek aan de procureur-generaal bij het hof van beroep. De procureur-generaal brengt het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente daarvan onmiddellijk op de hoogte.

De partijen beschikken vanaf de indiening van het verzoek over een termijn van tien dagen om nieuwe conclusies in te dienen. Na het verstrijken van die termijn stuurt de procureur-generaal het dossier, samen met de nieuwe stukken of conclusies, binnen twee dagen naar de hoofdgriffier van het hof van beroep, die de ontvangst ervan bevestigt.

§ 2. Overeenkomstig artikel 1bis, § 3, vijfde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet zijn artikel 33, § 2 tot en met § 8, en artikel 34 van toepassing op het beroep van een onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie.

Art. 36.

Overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet is artikel 35 eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie.

Titel 8 De samenstelling van de hoofdbureaus

HOOFDSTUK 1 Het gemeentelijk hoofdbureau
Art. 37.

§ 1. In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld. In gemeenten waarin de kiezerslijst bestaat uit één stemafdeling, fungeert het enige stembureau ook als gemeentelijk hoofdbureau.

Het gemeentelijk hoofdbureau bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken.

§ 2. In de gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk arrondissement, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst.

In gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst.

Als dezelfde magistraat voorzitter is van een gemeentelijk hoofdbureau en voorzitter is van een kantonhoofdbureau, of van een provinciedistrictshoofdbureau of van een provinciaal hoofdbureau, wordt hij als voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau vervangen door de magistraat die hij aanwijst.

In de gemeenten die geen hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton of gerechtelijk arrondissement, wordt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau door de vrederechter uit de volgende categorieën van de gemeenteraadskiezers benoemd :
1° de magistraten van de rechterlijke orde;
2° de gerechtelijke stagiairs;
3° de advocaten en de advocatenstagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;
4° de notarissen;
5° de gerechtsdeurwaarders;
6° de personeelsleden van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten, provincies, gemeenten en openbaar centra voor maatschappelijk welzijn;
7° het onderwijzend personeel.

Als dat nodig is, kunnen ook andere gemeenteraadskiezers worden aangewezen.

De overheden die de personen, vermeld in het vierde lid, 6° en 7°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben.

In de gevallen, vermeld in het eerste en tweede lid, wijst de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een plaatsvervanger aan om hem op de dag van de stemming te vervangen, als hij zich naar een andere gemeente moet begeven om er te stemmen.

§ 3. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau.

§ 4. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd.

§ 5. Het gemeentelijk hoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn.

§ 6. De voorzitter, de leden en de getuigen van het gemeentelijk hoofdbureau, leggen de volgende eed af : « Ik zweer de verplichtingen van de kieswetgeving na te leven. ».

De bijzitters, de secretaris en de getuigen leggen de eed af in handen van de voorzitter voor het begin van de verrichtingen. De voorzitter legt vervolgens de eed af ten overstaan van het samengesteld bureau.

De voorzitter of de leden die gedurende de verrichtingen benoemd worden ter vervanging van een verhinderd lid, leggen de eed af voor ze hun ambt aanvaarden.

Van die eedaflegging wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

HOOFDSTUK 2 Het stadsdistrictshoofdbureau
Art. 38.

§ 1. In elk stadsdistrict wordt een stadsdistrictshoofdbureau samengesteld.

Het stadsdistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken.

§ 2. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau wordt door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uit de gemeenteraadskiezers benoemd uit de categorieën, vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid.

De overheden die de personen, vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid, 6° en 7°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben. De gemeentebesturen bezorgen die gegevens aan de stadsdistrictsbesturen.

§ 3. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau.

§ 4. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd.

§ 5. Het stadsdistrictshoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn.

§ 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het stadsdistrictshoofdbureau.

HOOFDSTUK 3 Het kantonhoofdbureau
Art. 39.

§ 1. In de hoofdplaats van elk kieskanton wordt een kantonhoofdbureau samengesteld.

Het kantonhoofdbureau bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken.

§ 2. Als de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement, wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst.

Als de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk kanton, wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst.

In alle andere gevallen wordt het kantonhoofdbureau voorgezeten door de vrederechter van het gerechtelijk kanton waarin de hoofdplaats van het kieskanton gelegen is of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst.

§ 3. De voorzitter van het kantonhoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau.

§ 4. De voorzitter van het kantonhoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd.

§ 5. Het kantonhoofdbureau moet ten minste 40 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn.

§ 6. Artikel, 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het kantonhoofdbureau.

HOOFDSTUK 4 Het provinciedistrictshoofdbureau
Art. 40.

§ 1. In de hoofdplaats van elk provinciedistrict wordt een provinciedistrictshoofdbureau samengesteld.

Het provinciedistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken.

§ 2. Als de hoofdplaats van het provinciedistrict tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement, wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst.

In alle andere gevallen wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst.

De voorzitter houdt toezicht over het geheel van de verrichtingen in het provinciedistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen.

Als het provinciedistrict maar één kieskanton omvat, houdt het provinciedistrictshoofdbureau tezelfdertijd zitting als het kantonhoofdbureau.

§ 3. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau.

§ 4. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd.

§ 5. Het provinciedistrictshoofdbureau moet ten minste 27 dagen voor de verkiezing samengesteld zijn.

§ 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het provinciedistrictshoofdbureau.

HOOFDSTUK 5 Het provinciaal hoofdbureau
Art. 41.

Het provinciedistrictshoofdbureau dat gevestigd is in de hoofdplaats van de provincie, houdt ook zitting als provinciaal hoofdbureau.

Titel 9 Samenstelling van de stembureaus en telbureaus

HOOFDSTUK 1 Bepaling van het aantal stembureaus en telbureaus
Art. 42.

De stembureaus zijn gevestigd in de lokalen die de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau heeft aangewezen. Per stemafdeling wordt één stembureau ingericht. De stembureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict. De stembureaus zijn belast met de kiesverrichtingen voor de gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen.

De telbureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict.

In gemeenten of stadsdistricten waar drie of meer stembureaus zijn, worden de tellingen door afzonderlijke telbureaus uitgevoerd. In de gemeenten waar minder dan drie stembureaus zijn, fungeert het gemeentelijk hoofdbureau tevens als telbureau.

Ieder telbureau telt de stembiljetten van maximaal drie stembureaus.

In elke gemeente worden de telverrichtingen toegewezen aan een of meer bureaus, namelijk de bureaus G, P en in voorkomend geval S. De bureaus G tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de gemeenteraad. De bureaus P tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de provincieraad. De bureaus S tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de stadsdistrictsraad.

Art. 43.

De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau gaat vijf dagen vóór de stemming, nadat de formaliteiten voor de aanwijzing van de getuigen zijn vervuld, bij loting over tot de aanwijzing van de stembureaus waarvan de stembiljetten door elk telbureau onderzocht worden. De getuigen die aangewezen zijn om de vergadering van het kantonhoofdbureau bij te wonen, mogen aanwezig zijn.

De telbureaus zijn gevestigd in de lokalen die de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau heeft aangewezen. De voorzitter geeft met een aangetekende brief aan de voorzitters en de bijzitters van de telbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van de vergadering van het telbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om de resultatentabel te ontvangen, overeenkomstig artikel 158, § 1. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau verzamelt de resultatentabellen en geeft een ontvangstbewijs aan de voorzitters van de telbureaus.

Hij geeft onmiddellijk met een aangetekende brief aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats waar het telbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen, vergadert.

HOOFDSTUK 2 Opmaak van de lijsten met de personen die kunnen worden aangewezen
Art. 44.

§ 1. Tijdens de tweede maand die aan de verkiezing voorafgaat, maakt het college van burgemeester en schepenen twee lijsten op. In de gemeenten waar stadsdistrictsraadsverkiezingen plaatsvinden, maakt het college die lijsten op per stadsdistrict.

Een eerste lijst wordt opgesteld zoals vermeld in artikel 37, § 2, vierde lid. Die lijst dient om achtereenvolgens de volgende personen aan te wijzen :
1° de voorzitters van de telbureaus;
2° de voorzitters van de stembureaus;
3° de bijzitters of plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus.

Een tweede lijst bevat de kiezers van de stemafdeling naar rata van twaalf personen per stembureau. Die lijst dient om de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus aan te wijzen. Hij mag geen personen bevatten die al zijn opgenomen in de lijst, vermeld in het tweede lid.

§ 2. De lijsten, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk de drieëndertigste dag voor de verkiezing naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden.

HOOFDSTUK 3 Samenstelling van de telbureaus
Art. 45.

De telbureaus bestaan uit een voorzitter, een secretaris, en twee tot vier bijzitters en plaatsvervangende bijzitters afhankelijk van het aantal te verkiezen raadsleden :
1° twee bijzitters en twee plaatsvervangende bijzitters als er minder dan negentien te verkiezen raadsleden zijn;
2° drie bijzitters en drie plaatsvervangende bijzitters als er negentien tot zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn;
3° vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters als er meer dan zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn.

De secretaris wordt benoemd door de voorzitter van het telbureau uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. Hij is niet stemgerechtigd.

De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het telbureau.

Art. 46.

Uiterlijk de dertigste dag vóór de dag van de verkiezing wijst de voorzitter van het kantonhoofdbureau de volgende personen aan :
1° de voorzitters van de telbureaus;
2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus.

Die personen, vermeld in het eerste lid, worden aangewezen overeenkomstig de lijst, vermeld in artikel 44, § 1, tweede lid.

Art. 47.

De voorzitter van het kantonhoofdbureau brengt de betrokkenen en de gemeentelijke overheden op de hoogte van hun aanwijzing.

HOOFDSTUK 4 Samenstelling van de stembureaus
Art. 48.

De stembureaus bestaan uit de voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris.

Art. 49.

§ 1. Uiterlijk de dertigste dag vóór de dag van de verkiezing wijst de voorzitter van het kantonhoofdbureau de volgende personen aan :
1° de voorzitters van de stembureaus;
2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus.

§ 2. De voorzitters worden aangewezen overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, tweede lid.

De voorzitter van het kantonhoofdbureau brengt de voorzitters en de gemeentelijke overheden op de hoogte van hun aanwijzing.

De voorzitter van het kantonhoofdbureau voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten.

§ 3. De bijzitters en plaatsvervangende bijzitters worden aangewezen overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, derde lid.

Na de aanwijzing van de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters, geeft de voorzitter van het kantonhoofdbureau hun daarvan kennis met een aangetekende brief en verzoekt hij hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de voorzitter daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving.

De voorzitter voorziet in hun vervanging overeenkomstig de lijst, bepaald in artikel 44, § 1, derde lid.

§ 4. De secretaris wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de gemeenteraadskiezers. Voor de stadsdistrictraadsverkiezingen wordt de secretaris door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de stadsdistrictraadskiezers. Hij is niet stemgerechtigd.

§ 5. De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het stembureau.

Art. 50.

De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt aan het gemeentesecretariaat een lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft. Die lijst moet voor iedereen ter inzage worden gelegd op het gemeentesecretariaat.

De voorzitter van het kantonhoofdbureau bezorgt dezelfde lijst aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, van het stadsdistrictshoofdbureau, verstrekt kopieën van de lijst met de leden van de stembureaus van de gemeente aan ieder die daarom verzoekt. Die kopieën zijn gratis.

Titel 10 Oproeping van de kiezers

Art. 51.

Ten minste twintig dagen vóór de verkiezingen laat de Vlaamse Regering in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarin de dag van de stemming, en uren van opening en sluiting van het stemlokaal meegedeeld worden. Dat bericht vermeldt eveneens dat elke kiezer bezwaar kan aantekenen bij het gemeentebestuur tot twaalf dagen vóór de verkiezing.

Art. 52.

De provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar zorgt ervoor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen voor de verkiezing aan alle kiezers een oproepingsbrief zendt op de verblijfplaats die ze op dat tijdstip hebben.

Art. 53.

Kiezers die hun oproepingsbrief niet hebben ontvangen, kunnen hem op het gemeentesecretariaat afhalen tot op de dag van de stemming 's middags. Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht, vermeld in artikel 51.

Art. 54.

De oproepingsbrief vermeldt de volgende gegevens :
1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer moet stemmen;
2° de te verkiezen mandatarissen;
3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal;
4° de voorwaarden voor terugbetaling van de reiskosten van kiezers die niet meer in de gemeente wonen waar ze op de kiezerslijst staan;
5° de achternaam, de voornaam of voornamen, het geslacht, de geboortedatum en de hoofdverblijfplaats van de kiezer, alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat;
6° de integrale tekst van artikel 56, artikel 135, § 2, en artikel 138, § 3, derde lid.

De Vlaamse Regering stelt het model van de oproepingsbrief vast.

Art. 55.

Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen voor de stemming in de gemeente openbaar bekendgemaakt door middel van aanplakking aan het gemeentehuis.

Het aanplakbiljet vermeldt de bepalingen, vermeld in artikel 54, eerste lid, 1° tot en met 4°. Het aanplakbiljet herinnert er ook aan dat de kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, hem op het gemeentesecretariaat kan afhalen tot op de dag van de stemming, 's middags.

Titel 11 Afleveren van een volmacht

Art. 56.

§ 1. Een kiezer kan een andere kiezer als gevolmachtigde in zijn plaats laten stemmen. De persoon die hij als gevolmachtigde aanwijst moet voor dezelfde verkiezing zelf de hoedanigheid van kiezer bezitten.

Een gevolmachtigde kan per verkiezing maar één stem bij volmacht uitbrengen.

§ 2. De volgende kiezers kunnen een volmacht verlenen :
1° de kiezer die om medische redenen niet in staat is om zich naar het stembureau te begeven of er naartoe gevoerd te worden. Dat moet blijken uit een medisch attest. Geneesheren, die als kandidaat voor de verkiezing zijn voorgedragen, mogen een dergelijk attest niet afgeven;
2° de kiezer die om beroeps- of dienstredenen :
a) in het buitenland is opgehouden, alsook de leden van zijn gezin of van zijn gevolg die daar met hem verblijven. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de werknemer ressorteert;
b) zich op de dag van de stemming in het Rijk bevindt, maar in de onmogelijkheid verkeert om zich in het stembureau te melden. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de werknemer ressorteert;
3° de kiezer die het beroep van schipper, marktkramer of kermisreiziger uitoefent en de leden van zijn gezin die met hem samenwonen. De uitoefening van het beroep moet blijken uit een attest van de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister is ingeschreven;
4° de kiezer die de dag van de stemming ten gevolge van een rechterlijke maatregel in een toestand van vrijheidsbeneming verkeert. Die toestand wordt bevestigd door de directie van de inrichting waar de betrokkene zich bevindt;
5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid;
6° de student die zich, om studieredenen, in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden, op voorwaarde dat hij een attest voorlegt van de directie van de instelling waar hij studeert;
7° de kiezer die om andere redenen dan die vermeld in punt 1° tot en met 6°, de dag van de stemming niet in zijn woonplaats is wegens een tijdelijk verblijf in het buitenland, en zich bijgevolg in de onmogelijkheid bevindt zich in het stemlokaal te melden, voor zover de onmogelijkheid door de burgemeester van zijn woonplaats of zijn gemachtigde vastgesteld is, na voorlegging van de nodige bewijsstukken, of, ingeval de kiezer zich in de onmogelijkheid bevindt een dergelijk bewijsstuk voor te leggen, op grond van een verklaring op eer. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de verklaring op erewoord dat de kiezer moet indienen en het model van attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven. De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats uiterlijk op de dag voor de dag van de verkiezing.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de volmacht. Het formulier voor de volmacht kan gratis worden verkregen bij het gemeentesecretariaat.

§ 4. De volmachtgever en de gevolmachtigde ondertekenen beiden het volmachtformulier.

Titel 12 De verkiesbaarheidsvoorwaarden

Art. 57.

Uiterlijk op de dag van de verkiezing moet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldaan zijn.

Art. 58.

Om tot gemeenteraadslid of stadsdistrictsraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, moet men kiezer zijn en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8 of 11, behouden en mag men zich niet in een geval van schorsing of uitsluiting, als vermeld in artikel 15, § 1 en § 2, bevinden.

De volgende personen zijn niet verkiesbaar :
1° overeenkomstig artikel 65, tweede lid, 2°, en artikel 113 van de Gemeentekieswet, de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie die, ten gevolge van een individuele burgerrechtelijke of een strafrechtelijke beslissing in hun lidstaat van herkomst ontheven zijn van het recht om gekozen te worden krachtens het recht van die lidstaat;
2° personen die, onverminderd de toepassing van punt 1°, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de misdrijven, vermeld in artikel 240, 241, 243, en 245 tot en met 248 van het Strafwetboek, gepleegd tijdens de uitoefening van een gemeenteambt. Die onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling.

Art. 59.

Om tot provincieraadslid verkozen te kunnen worden en om het te kunnen blijven, moet men kiezer zijn en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, behouden en mag men zich niet in een geval van schorsing of uitsluiting als vermeld in artikel 15, § 1 en § 2, bevinden.

Niet verkiesbaar zijn zij die veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de misdrijven, vermeld in artikel 240, 241, 243, en 245 tot en met 248 van het Strafwetboek, gepleegd tijdens de uitoefening van een gemeenteambt. Die onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling.

Titel 13 Bescherming van de lijstnamen en toekennen van volgnummers

Art. 60.

Elke lijstnaam bestaat uit ten hoogste achttien tekens. De Vlaamse Regering legt in een besluit de toegelaten tekens vast. De lijstnaam moet op het stembiljet boven de kandidatenlijst komen.

Art. 61.

Elke politieke formatie in het Vlaams Parlement die ten minste door drie leden vertegenwoordigd is, kan een voorstel indienen tot de bescherming van de lijstnaam die ze wil vermelden in de voordrachten van kandidaten en tot het verkrijgen van een gemeenschappelijk volgnummer.

Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam moet worden ondertekend door ten minste drie Vlaamse parlementsleden die tot de politieke formatie behoren die de lijstnaam zal gebruiken. Een parlementslid mag maar één enkel voorstel ondertekenen.

Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam wordt de veertigste dag voor de verkiezing, tussen tien en twaalf uur, aan de Vlaamse Regering of de gemachtigde van de Vlaamse Regering overhandigd door een parlementslid die het voorstel heeft medeondertekend.

Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam en het adres van de persoon en van zijn plaatsvervanger die door de politieke formatie werd aangewezen om in ieder administratief arrondissement te bevestigen dat een kandidatenlijst door haar erkend wordt.

Art. 62.

De vermelding van een lijstnaam waarvan gebruikgemaakt is door een politieke partij die door minstens drie leden vertegenwoordigd is in het Vlaams Parlement en waaraan bij een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van parlementen op Europees, federaal en regionaal niveau bescherming werd verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die politieke partij door de Vlaamse Regering worden verboden. De lijst van de lijstnamen waarvan het gebruik verboden is, wordt de drieënveertigste dag voor de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

De Vlaamse Regering kan het gebruik van de lijstnamen die op de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezing voorkomen en waarvan het gebruik ontzegd is, verbieden voor de gemeenteraadsverkiezing en stadsdistrictsraadsverkiezing.

Art. 63.

De Vlaamse Regering kent bij loting aan de beschermde lijstnaam onmiddellijk na het indienen van de voorstellen tot bescherming een gemeenschappelijk volgnummer toe. Kartels gebruiken het gemeenschappelijke volgnummer van de partij die het eerste voorkomt op de stembrief.

De lijstnamen en de gemeenschappelijke volgnummers worden binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

De Vlaamse Regering stuurt een lijst met de toegekende gemeenschappelijke volgnummers, de aan de nummers voorbehouden lijstnamen, en de voornaam of voornamen en achternaam, het adres van de personen die de politieke formaties op het niveau van het administratief arrondissement hebben aangewezen en van hun plaatsvervangers die gemachtigd zijn de kandidatenlijsten voor echt te erkennen, naar de voorzitters van de provinciedistrictshoofdbureaus die gevestigd zijn in de provinciehoofdplaats.

Art. 64.

Bij de voordrachten van kandidaten die een beschermde lijstnaam en een gemeenschappelijk volgnummer gebruiken, moet een getuigschrift worden toegevoegd van de nationale voorzitter van de politieke formatie of van de door hem gemandateerde.

Als er geen getuigschrift wordt toegevoegd, weigert de voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau het gebruik van de lijstnaam en van het gemeenschappelijke volgnummer door een niet-erkende lijst.

Art. 65.

De kandidaten, of twee van de eerste drie kandidaten, van de lijsten, ingediend bij de provinciale districtshoofdbureaus die buiten de provinciehoofdplaats gevestigd zijn, mogen samen met de voordrachtsakte aan de voorzitter van het hoofdbureau van hun provinciedistrict een verzoek in tweevoud overhandigen om hetzelfde volgnummer te verkrijgen als zal worden toegekend aan een van de lijsten, ingediend in de provinciehoofdplaats.

De voorzitter die een verzoek, vermeld in het eerste lid, ontvangt, zendt onmiddellijk een exemplaar aan de voorzitter van het districtshoofdbureau in de provinciehoofdplaats. De kandidaten, of twee van de eerste drie kandidaten, van de in de hoofdplaats voorgedragen lijsten mogen ter plaatse tot de vijfentwintigste dag voor de stemming, tot uiterlijk zestien uur, inzage nemen van de verzoekschriften. Ze verklaren zich al dan niet schriftelijk akkoord met het gebruik van hetzelfde volgnummer.

Art. 66.

Na de loting, vermeld in artikel 63, stelt de Vlaamse Regering de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus in kennis van de toegekende gemeenschappelijke volgnummers, van de aan de verschillende nummers voorbehouden lijstnamen en van de voornaam of voornamen en achternaam en de adressen van de personen en van hun plaatsvervangers, die door de politieke formaties zijn aangewezen op het vlak van het administratief arrondissement, en die alleen bevoegd zijn voor de echtverklaring van de kandidatenlijsten.

Bij de voordrachten van kandidaten die zich met toepassing van artikel 62, op een beschermde lijstnaam en een gemeenschappelijk volgnummer beroepen, moet het attest gevoegd worden van de op het vlak van het administratief arrondissement door de politieke formatie aangewezen persoon of zijn plaatsvervanger. Als dat attest niet kan worden voorgelegd, moet de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau voor de gemeenteraadsverkiezing ambtshalve het gebruik van de lijstnaam en het gemeenschappelijk volgnummer voor de provincieraadsverkiezing weigeren.

Nadat de kandidatenlijsten, overeenkomstig artikel 92, volledig zijn afgesloten, houdt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een speciale loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die geen gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig artikel 63 hebben verkregen.

De nummers die bij deze loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij de loting, verricht door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 63.

Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten.

Dit artikel is eveneens van toepassing op de verkiezing van de stadsdistrictsraden.

Art. 67.

§ 1. Nadat de kandidatenlijsten, overeenkomstig artikel 100, volledig zijn afgesloten, houdt de voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau van de provinciehoofdplaats een speciale loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 65, en die geen gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig artikel 63 hebben verkregen.

De nummers die bij deze loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij de loting, verricht door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 63.

Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten.

De voorzitter deelt onmiddellijk het resultaat van de loting langs de snelste weg mee aan de voorzitters van de andere provinciedistrictshoofdbureaus.

§ 2. Ieder provinciedistrictshoofdbureau gaat onmiddellijk over tot de loting met het oog op het toekennen van een volgnummer aan de lijsten die nog niet van een gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig paragraaf 1 of artikel 63, zijn voorzien.

De nummers die bij deze loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat werd toegekend tijdens de loting, vermeld in paragraaf 1.

Titel 14 Indiening van de kandidatenlijsten

HOOFDSTUK 1 Indiening van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen
Art. 68.

§ 1. Ten minste drieëndertig dagen voor de verkiezing van de gemeenteraden maakt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bekend :
1° dat hij op zaterdag, de negenentwintigste dag voor de stemming, of op zondag, de achtentwintigste dag voor de stemming, tussen 13 en 16 uur, de voordrachtsakten van kandidaten in ontvangst neemt;
2° dat hij op dinsdag, de vijfde dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, de aanwijzingen van getuigen voor de stem- en telbureaus in ontvangst neemt.

De bekendmaking gebeurt door middel van een aanplakbrief die wordt opgehangen op een aanplakbord aan het gemeentehuis.

§ 2. Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen op de dagen, vermeld in paragraaf 1, achtenveertig uur vervroegd.

Art. 69.

De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraden moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid, hetzij door de volgende personen, afhankelijk van de grootte van de gemeente :
1° in de gemeenten van 20.000 inwoners en meer, door ten minste 100 gemeenteraadskiezers;
2° in die van 10.000 tot 20.000 inwoners, door ten minste 50 gemeenteraadskiezers;
3° in die van 5000 tot 10.000 inwoners, door ten minste 30 gemeenteraadskiezers;
4° in die van 2000 tot 5000 inwoners, door ten minste 20 gemeenteraadskiezers;
5° in die van 500 tot 2000 inwoners, door ten minste 10 gemeenteraadskiezers;
6° in die van minder dan 500 inwoners, door ten minste 5 gemeenteraadskiezers.

Het bevolkingscijfer is het cijfer dat vastgesteld wordt overeenkomstig artikel 7, § 1.

Art. 70.

De voordrachtsakte van kandidaten wordt aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau overhandigd tegen ontvangstbewijs door één van de drie ondertekenaars die daartoe door de kandidaten aangewezen worden of door één van de twee kandidaten die door de aftredende gemeenteraadsleden aangewezen worden.

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de kandidatenlijsten moeten worden ingediend.

Art. 71.

De voordrachtsakte vermeldt de voornaam of voornamen en achternaam, eventueel de roepnaam, de geboortedatum, het geslacht, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats en de handtekening van de kandidaten en in voorkomend geval van de kiezers die hen voordragen. Ze vermeldt eveneens de lijstnaam die boven de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan.

Als de ondertekenaars op de lijst van de kiezers van de gemeente als kiezer voorkomen, mag de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau hun hoedanigheid van kiezer niet betwisten.

Art. 72.

Tot op het ogenblik dat het gemeentelijk hoofdbureau de kandidatenlijsten voorlopig afsluit, mogen voorgedragen kandidaten de voordrachtsakte vervolledigen met hun handtekening.

Art. 73.

Overeenkomstig artikel 23, § 1, negende en tiende lid, en artikel 97 van de Gemeentekieswet voegen de niet-Belgische kandidaten die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, bij hun kandidaatstelling een individuele geschreven en ondertekende verklaring waarin ze hun nationaliteit en het adres van hun hoofdverblijfplaats vermelden en waarin ze verklaren :
1° dat ze in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie geen ambt of mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester;
2° dat ze in een andere lidstaat van de Europese Unie geen functies uitoefenen die gelijkwaardig zijn met die, vermeld in artikel 11 van het Gemeentedecreet;
3° dat ze op de datum van de verkiezing niet ontheven of geschorst zijn van het verkiesbaarheidsrecht in hun land van herkomst.

In geval van twijfel over de verkiesbaarheid van de kandidaat, meer bepaald na kennisname van zijn verklaring, kan de voorzitter van het hoofdbureau eisen dat die kandidaat een attest van de bevoegde overheden van zijn land van herkomst indient waarin verklaard wordt dat hij, op de datum van de verkiezing, niet ontheven of geschorst is van het verkiesbaarheidsrecht in dat land of dat die overheden daar in elk geval niet van op de hoogte zijn.

Art. 74.

De volgende pariteitsregels moeten in acht genomen worden :
1° op eenzelfde lijst mag het verschil tussen het aantal kandidaten van elk geslacht niet groter zijn dan één;
2° de eerste twee kandidaten van eenzelfde lijst mogen niet van hetzelfde geslacht zijn.

Art. 75.

Op eenzelfde lijst mogen niet meer kandidaten voorkomen dan er leden kunnen worden verkozen.

Art. 76.

De kandidaten van wie de namen voorkomen op eenzelfde voordracht, worden geacht één enkele lijst te vormen.

Art. 77.

De lijsttrekker kan op de voordrachtsakte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau, voorgeschreven bij artikel 81, artikel 82, § 3, artikel 86, artikel 92 en artikel 121, bij te wonen. Die getuige en die plaatsvervangende getuige hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te laten opnemen.

Art. 78.

De modellen van voordrachtsakte, van verbeteringsakte en van de individuele geschreven en ondertekende verklaring, vermeld in artikel 73 worden door de Vlaamse Regering vastgelegd.

Art. 79.

De voordracht wijst de volgorde aan waarin de kandidaten worden voorgedragen.

Een kiezer mag niet meer dan één voordracht voor dezelfde verkiezing ondertekenen. De kiezer die dat verbod overtreedt wordt gestraft overeenkomstig artikel 244.

Art. 80.

Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één lijst voor dezelfde verkiezing.

De kandidaat die deze verbodsbepaling overtreedt, wordt gestraft overeenkomstig artikel 244. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt.

Art. 81.

Als er niet meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau hen zonder meer verkozen.

Het proces-verbaal van de verkiezing, dat tijdens de vergadering is opgemaakt en door de leden van het bureau werd ondertekend, wordt onmiddellijk aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen gezonden, tegelijk met de voordrachten. Uittreksels uit het proces-verbaal worden aan de gekozenen gezonden en in de gemeente door aanplakking bekendgemaakt.

Art. 82.

§ 1. In gemeenten met minder dan 5000 inwoners mag de voordracht van kandidaten, met uitzondering van de lijst, vermeld in artikel 68 tot en met 81, ook een lijst van drie kandidaat-opvolgers omvatten, voor het geval de verkiezing zonder stemming zou eindigen.

§ 2. De voordracht van die kandidaat-opvolgers wijst de volgorde aan waarin zij worden voorgedragen. Ze moet, op straffe van nietigheid, voorkomen in dezelfde akte als de voordracht van de kandidaat-raadsleden. De kandidaten van beide categorieën moeten in die akte afzonderlijk worden gerangschikt, met nauwkeurige aanduiding van elke categorie.

Een kandidaat mag niet tegelijk als kandidaat-raadslid en als kandidaat-opvolger worden voorgedragen. Bij overtreding van die bepaling wordt de naam van de kandidaat geschrapt van de lijst van kandidaat-opvolgers.

§ 3. Als de raadsleden overeenkomstig artikel 81 verkozen verklaard zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau in voorkomend geval de kandidaat-opvolgers die overeenkomstig paragraaf 1 en 2 zijn voorgedragen, eerste, tweede en derde opvolger.

§ 4. Als er meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau de kandidaatstellingen voor de opvolging die overeenkomstig paragraaf 1 en 2 zijn gebeurd, zonder gevolg.

HOOFDSTUK 2 Indiening van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen
Art. 83.

Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing :
1° artikel 68, met dien verstande dat :
a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
c) "gemeentehuis" wordt gelezen als "de zetel van het "stadsdistrictshoofdbureau";
2° artikel 69, met dien verstande dat :
a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";
c) "gemeenten" wordt gelezen als "stadsdistricten";
d) "gemeenteraadskiezers" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadskiezers";
3° artikel 70, met dien verstande dat :
a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";
4° artikel 71, met dien verstande dat :
a) "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict";
b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als « stadsdistrictshoofdbureau";
6° artikel 73, met dien verstande dat :
a) "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadslid";
b) "schepen" wordt gelezen als "schepen van het stadsdistrictscollege";
c) "burgemeester" wordt gelezen als "voorzitter van het stadsdistrictscollege";
7° artikel 74;
8° artikel 75;
9° artikel 76;
10° artikel 77 met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
11° artikel 78;
12° artikel 79;
13° artikel 80;
14° artikel 81, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau".

HOOFDSTUK 3 Indiening van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen
Art. 84.

Voor de verkiezingen van de provincieraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing :
1° artikel 68, met dien verstande dat :
a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "provincieraden";
b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
c) "het gemeentehuis" wordt gelezen als "de zetel van het provinciedistrictshoofdbureau";
d) paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt geschrapt;
2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt :
« De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. »;
3° artikel 70, met dien verstande dat :
a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "provincieraadsleden";
4° artikel 71, met dien verstande dat :
a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie";
b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
6° artikel 74;
7° artikel 75;
8° artikel 76;
9° artikel 77, met dien verstande dat de zin "De lijsttrekker kan op de voordrachtsakte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau, voorgeschreven bij artikel 81, 82, § 3, en 121, bij te wonen" wordt gelezen als "De lijsttrekker kan op de voordrachtsakte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen die de vergaderingen van het kantonhoofdbureau bijwoont voor de verrichtingen van dat bureau die na de stemming moeten worden vervuld.";
10° artikel 78, wordt vervangen door wat volgt :
« De modellen van voordrachtsakte en van verbeteringsakte worden door de Vlaamse Regering vastgelegd. »;
11° artikel 79;
12° artikel 80, met dien verstande dat een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : "De voorzitter van het provinciaal districtshoofdbureau stuurt onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de lijsten een kopie van alle ingediende lijsten aan de provinciegouverneur die hem uiterlijk de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur kennis geeft van de gevallen van meervoudige kandidaatstelling.";
13° artikel 81, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau".

Titel 15 Onderzoek van de kandidatenlijsten

HOOFDSTUK 1 Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen
Art. 85.

De kandidaten en de kiezers die de voordrachten van kandidaten hebben ingeleverd, mogen ter plaatse inzage nemen van alle ingediende voordrachten en schriftelijk hun opmerkingen aan het gemeentelijk hoofdbureau meedelen.

Ze kunnen dat recht uitoefenen gedurende de termijn, bepaald voor de inlevering van de voordrachten, en tot twee uur na het verstrijken van die termijn.

Ze kunnen dat recht, vermeld in het eerste lid, ook nog uitoefenen op de zevenentwintigste dag voor de stemming, van 13 tot 16 uur.

Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen die op die dag moeten plaatshebben, achtenveertig uur vervroegd.

Art. 86.

Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden vergadert het gemeentelijk hoofdbureau de zevenentwintigste dag voor de stemming om 16 uur.

Het gemeentelijk hoofdbureau onderzoekt :
1° of de kandidaten de hoedanigheid van kiezer, als vermeld in artikel 8 tot en met 14, bezitten. Het wijst ook de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie af die bij hun individuele geschreven en ondertekende verklaring niet het bewijs hebben gevoegd, vermeld in artikel 73;
2° of aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden vermeld in artikel 58, voldaan is vanaf de dag waarop de kiezerslijst wordt opgemaakt, met uitzondering van de leeftijdsvereiste, die moet vervuld zijn op de datum van de verkiezing;
3° of de voordrachtsakte alle gegevens bevat als vermeld in artikel 71, eerste lid;
4° of er niet te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers zijn;
5° of de regels voor de rangschikking van de kandidaten of de schikking van hun namen nagekomen zijn;
6° of de pariteitsregels als vermeld in artikel 74, nagekomen zijn;
7° of de regels voor de lijstnaam als vermeld in artikel 60 en 62, nagekomen zijn.

Na het onderzoek, vermeld in het tweede lid, sluit het gemeentelijk hoofdbureau de kandidatenlijst voorlopig af.

Art. 87.

Niet-verkiesbare kandidaten mogen worden vervangen. De aldus nieuw voorgedragen kandidaat neemt de plaats in van de geschrapte kandidaat of van diegene die zich terugtrekt. In dat geval mag de volgorde van de kandidaten niet meer worden gewijzigd.

Als een lijst de pariteitsregels als vermeld in artikel 74, niet respecteert, kan na de voorlopige afsluiting van de kandidatenlijst bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte worden ingediend tot de vierentwintigste dag vóór de dag van de verkiezingen. Op de verbeteringsakte mag de volgorde van de kandidaten worden gewijzigd.

De verbeteringsakte wordt ondertekend door de lijsttrekker, de kandidaten die zich vrijwillig terugtrekken en de nieuw toegevoegde kandidaten.

Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, dan wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, komt de lijst onderaan in de nummering en verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer.

Art. 88.

Als het gemeentelijk hoofdbureau de voordracht van bepaalde kandidaten onregelmatig verklaart, worden de redenen van die beslissing in het proces-verbaal opgenomen. Onmiddellijk wordt een uittreksel uit het proces-verbaal, met de woordelijke opgave van de aangevoerde redenen, met een aangetekende brief gestuurd aan de kiezer of de kandidaat die de akte waarop de afgewezen kandidaten voorkomen, heeft ingeleverd.

Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief, vermeld in het eerste lid, gericht aan de indiener die als eerste in de voordrachtsakte werd aangewezen.

Als de onverkiesbaarheid van een kandidaat als reden is aangevoerd, wordt het uittreksel uit het proces-verbaal, vermeld in het eerste lid, op dezelfde wijze ook aan die kandidaat gestuurd.

Art. 89.

Personen die de aanvaarde of afgewezen kandidatenlijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die kandidatenlijsten voorkomen, kunnen de zesentwintigste dag voor de stemming, tussen 13 en 16 uur, op de plaats die werd aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen.

De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau geeft aan de kiezer of de kandidaat die de betwiste voordracht heeft ingeleverd, onmiddellijk met een aangetekende brief kennis van het bezwaar, onder vermelding van de aangevoerde redenen. Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief gericht aan de indiener die de kandidaten in de voordracht als eerste hebben aangewezen.

Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, wordt ook die kandidaat op de wijze, vermeld in het tweede lid, daarover rechtstreeks ingelicht.

Art. 90.

Als het gemeentelijk hoofdbureau bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst bepaalde kandidaten wegens onverkiesbaarheid afgewezen heeft of als een bezwaarschrift, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, overeenkomstig artikel 89 is ingediend, verzoekt de voorzitter van dat bureau het gemeentebestuur van de woonplaats van de kandidaat, telefonisch, via e-mail of bij een door de secretaris van het bureau gedragen schriftelijke vordering, hem onmiddellijk met een aangetekende brief een eensluidend verklaard afschrift van een uittreksel uit die stukken die dat bestuur in zijn bezit heeft en die over de verkiesbaarheid van de kandidaat nadere aanwijzingen kunnen verschaffen, toe te sturen.

Als die kandidaat, als vermeld in het eerste lid, zijn woonplaats niet sedert ten minste vijftien dagen in de gemeente heeft en als de stukken waaruit onverkiesbaarheid kan blijken, nog niet bij het gemeentebestuur zijn aangekomen, dan stuurt dat gemeentebestuur de stukken door naar het gemeentebestuur van de vorige woonplaats van de kandidaat.

De voorzitter kan, als hij dat nodig acht, andere onderzoeken instellen, zowel over de verkiesbaarheid van de betrokken kandidaten als over de andere aangevoerde onregelmatigheden.

Alle stukken die ter uitvoering van dit artikel worden aangevraagd, worden kosteloos afgegeven.

Art. 91.

Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels.

De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval een verbeterings- of aanvullingsakte indienen. Die verbeterings- of aanvullingsakte is alleen ontvankelijk als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om één van de volgende redenen :
1° de gegevens zijn onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid;
2° er staan te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte;
3° de regels voor de rangschikking van de kandidaten of voor de schikking van hun namen werden niet nageleefd;
4° de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, werden niet nageleefd;
5° de regels omtrent de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden niet nageleefd;
6° een kandidaat is niet verkiesbaar.

De verbeterings- of aanvullingsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten in de gevallen, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 5°. Ze mag in geen geval de volgorde van voordracht die in de afgewezen akte werd aangenomen, wijzigen, behalve bij toepassing van artikel 87.

Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of -opvolgers is alleen mogelijk als uit de verbeterings- of aanvullingsakte blijkt dat een kandidaat zijn kandidatuur intrekt.

De geldige handtekeningen van de voordragende kiezers en van de kandidaten, alsmede de regelmatige vermeldingen in de afgewezen voordracht, blijven van kracht als de verbeterings- of aanvullingsakte aanvaard wordt.

Art. 92.

Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur.

Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen.

Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93.

In voorkomend geval, onderzoekt het hoofdbureau de stukken die de voorzitter overeenkomstig artikel 89 tot en met 91, ontvangen heeft, en beslist het erover na de betrokkenen te hebben gehoord, als zij dat verlangen. Het gemeentelijk hoofdbureau verbetert de kandidatenlijst, als daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af.

Art. 93.

Als het gemeentelijk hoofdbureau een kandidatuur verwerpt wegens de onverkiesbaarheid van de kandidaat, wordt daarvan in het proces-verbaal melding gemaakt en, als de afgewezen kandidaat aanwezig of vertegenwoordigd is, verzoekt de voorzitter de kandidaat of zijn gemachtigde als hij dit wenst, op het proces-verbaal een verklaring van beroep te ondertekenen.

Als een bezwaar, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, afgewezen wordt, moet de procedure, vermeld in het eerste lid, worden toegepast en de indiener van het bezwaar of zijn gemachtigde wordt verzocht een verklaring van beroep te ondertekenen, als hij dat wenst.

Beslissingen van het gemeentelijk hoofdbureau die geen betrekking hebben op de verkiesbaarheid van kandidaten, zijn niet vatbaar voor beroep, met uitzondering van de beslissingen, genomen op grond van titel 1 van deel 4.

Art. 94.

De drieëntwintigste dag voor de verkiezing houdt de voorzitter van het hof van beroep zich tussen 11 en 13 uur in zijn kabinet ter beschikking van de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus van zijn rechtsgebied, om er uit hun handen een uitgifte van de processen-verbaal houdende de verklaringen van beroep, alsmede alle stukken betreffende de geschillen waarvan de hoofdbureaus kennis hebben gehad, te ontvangen.

Bijgestaan door zijn griffier, maakt hij van die overhandiging, vermeld in het eerste lid, akte op.

Art. 95.

Overeenkomstig artikel 125ter van het Algemeen Kieswetboek brengt de voorzitter van het hof van beroep de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste kamer van dat hof, die moet plaatshebben op de twintigste dag voor de verkiezing om 10 uur 's morgens, zelfs als die dag een feestdag is.

De eerste kamer van het hof van beroep onderzoekt de zaken van verkiesbaarheid met voorrang boven alle andere.

Ter openbare terechtzitting doet de voorzitter voorlezing van de stukken van het dossier. Hij verleent vervolgens het woord aan de eiser in beroep en eventueel aan de verweerder. Beiden mogen zich laten vertegenwoordigen en bijstaan door een raadsman.

Het hof beslist, nadat het het advies van de procureur-generaal gehoord heeft, tijdens de vergadering, bij een arrest dat in openbare zitting wordt uitgesproken. Dat arrest wordt niet betekend aan de betrokkene, maar neergelegd ter griffie van het hof, waar de betrokkene er kosteloos inzage van kan nemen.

Het openbaar ministerie geeft het beschikkende gedeelte van het arrest per e-mail of per fax ter kennis van de voorzitter van het betrokken gemeentelijk hoofdbureau op de door hem aangewezen plaats.

Het dossier van het hof wordt, met een uitgifte van het arrest, binnen acht dagen toegezonden aan de voorzitter van de gemeenteraad.

Art. 96.

Overeenkomstig artikel 125quater van het Algemeen Kieswetboek staat tegen de arresten, vermeld in artikel 95, geen rechtsmiddel open.

Art. 97.

In geval van beroep verdaagt het gemeentelijk hoofdbureau de verrichtingen, vermeld in artikel 92, en vergadert de twintigste dag voor de verkiezing om 18 uur, om tot die verrichtingen te kunnen overgaan zodra het op de hoogte is gebracht van de beslissingen van het hof van beroep.

Art. 98.

De lijst van de kandidaat-raadsleden wordt onverwijld opgehangen op een aan-plakbord aan het gemeentehuis. Het aanplakbiljet vermeldt met vette letters in zwarte inkt de achternaam van de kandidaten, in dezelfde vorm als voor het stembiljet wordt bepaald, en ook hun voornaam of voornamen, hun beroep en hun woonplaats. Het aanplakbiljet vermeldt tevens de onderrichtingen, zoals bepaald door de Vlaamse Regering. Vanaf de negentiende dag voor de stemming deelt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de officiële kandidatenlijst mee aan de kandidaten en aan de kiezers die hen hebben voorgedragen, als zij daarom vragen.

HOOFDSTUK 2 Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen
Art. 99.

Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing :
1° artikel 85, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
2° artikel 86, met dien verstande dat :
a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
3° artikel 87, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
11° artikel 95, met dien verstande dat :
a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
b) "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de stadsdistrictsraad";
12° artikel 96;
13° artikel 97, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
14° artikel 98, met dien verstande dat "voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau".

HOOFDSTUK 3 Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen
Art. 100.

Voor de verkiezingen van de provincieraden zijn de volgende bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing :
1° artikel 85, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "pro-vinciedistrictshoofdbureau";
2° artikel 86, met dien verstande dat :
a) "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden" wordt gelezen als "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de provincieraden";
b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
c) in het tweede lid, 1°, de tweede zin wordt geschrapt;
d) in het tweede lid, 2°, "artikel 58", wordt gelezen als "artikel 59";
3° artikel 87, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
11° artikel 95, met dien verstande dat :
a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
b) "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de provincieraad";
12° artikel 96;
13° artikel 97, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
14° artikel 98, met dien verstande dat "voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau".

Titel 16 Lijstenverbinding

Art. 101.

Bij de verkiezing van de vernieuwing van de provincieraden kunnen de kandidaten van een lijst, met instemming van de kiezers of aftredende provincieraadsleden die hen hebben voorgedragen, verklaren dat zij zich verbinden met :
1° de bij name aan te wijzen kandidaten van lijsten met dezelfde benaming die in andere provinciedistricten van dezelfde provincie zijn voorgedragen met het oog op het behalen van de drempel om toegelaten te worden tot de aanvullende zetelverdeling, bedoeld in artikel 181, § 2, derde lid, 1°;
2° de bij name aan te wijzen kandidaten van lijsten met dezelfde benaming die in andere provinciedistricten van hetzelfde provinciale kiesarrondissement zijn voorgedragen met het oog op de aanvullende zetelverdeling, bedoeld in artikel 181, § 2 tot en met § 4.

Art. 102.

De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau overhandigd op donderdag, de tiende dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur. Er wordt een ontvangstbewijs afgegeven.

Art. 103.

De verklaring van lijstenverbinding is pas ontvankelijk als de kandidaten zich het gebruik van het verleende recht, vermeld in artikel 101, hebben voorbehouden en als de akte van voordracht hen daartoe machtigt. De verklaring moet op straffe van nietigheid door alle kandidaat-titularissen of door drie kandidaat-titularissen van de lijst ondertekend zijn en de kandidaat-titularissen of de drie kandidaat-titularissen van de aangewezen lijst of lijsten moeten bij een soortgelijke verklaring en onder dezelfde voorwaarden hun instemming betuigen.

Art. 104.

Een lijst kan zich niet verbinden met twee of meer lijsten die niet onderling verbonden zijn.

Art. 105.

De wederzijdse verklaringen van lijstenverbinding mogen bij dezelfde akte worden gedaan. Als een van de daarin opgenomen lijsten wordt afgewezen, blijft de verklaring gelden voor de andere lijsten van de groep. Als wordt vastgesteld dat een van de kandidaten van de lijst onverkiesbaar is, blijft de verbindingsverklaring gelden voor de andere kandidaten van de lijst.

Art. 106.

De voorzitters van de provinciedistrictshoofdbureaus waar een of meer kandidaten zich het recht hebben voorbehouden om een verklaring van lijstenverbinding af te leggen, sturen aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau de kandidatenlijst, zodra die definitief is afgesloten, of brengen hem op de hoogte dat de verkiezing zonder strijd is verlopen. In dat geval vervalt het voorbehoud van verklaring van lijstenverbinding.

Art. 107.

Het provinciaal hoofdbureau maakt na de ontvangst van de verklaring van lijstenverbinding, vermeld in artikel 102, onmiddellijk in het bijzijn van de getuigen als er getuigen zijn aangewezen, de tabel op van de verbonden lijsten en stuurt aan de voorzitter van de provinciedistrictshoofdbureaus een afschrift van de lijsten waarop de kandidaten uit hun gebied voorkomen. De voorzitters van de provinciedistrictshoofdbureaus laten de lijsten onmiddellijk in alle gemeenten van het provinciedistrict aanplakken.

Art. 108.

Op de tabel, vermeld in artikel 107, wordt elke groep van verbonden lijsten aangewezen met de letters A, B, C enzovoort, in de volgorde van indeling van de lijsten op het stembiljet zoals het overeenkomstig artikel 121, door het provinciedistrictshoofdbureau is vastgesteld.

Art. 109.

De tabel van lijstenverbinding wordt binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Titel 17 Aanwijzing van getuigen in hoofdbureaus, stem- en telbureaus

HOOFDSTUK 1 Aanwijzing van getuigen in de hoofdbureaus
Art. 110.

Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen.

Art. 111.

Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en een plaatsvervangend getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het stadsdistrictshoofdbureau. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen.

Art. 112.

Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de provincieraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en plaatsvervangend getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het provinciedistrictshoofdbureau en de kantonhoofdbureaus. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen.

Art. 113.

In de verklaring tot lijstenverbinding, vermeld in artikel 102, mogen voor de hele groep een getuige en een plaatsvervangend getuige aangewezen worden om de verrichtingen van het provinciaal hoofdbureau bij te wonen. Die getuigen moeten, tenzij zij zelf kandidaat zijn, kiezer zijn in een van de provinciedistricten.

De getuigen die door de kandidaten die geen verklaring tot lijstenverbinding hebben afgelegd in provinciedistricten waar andere kandidaten dat wel hebben gedaan, aangewezen zijn om de vergaderingen van het provinciedistrictshoofdbureau bij te wonen tijdens de voorlopige afsluiting van de kandidatenlijsten, tijdens de definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten en tijdens het tellen van de stemmen, zijn van rechtswege ook aangewezen om de verrichtingen van het arrondissementshoofdbureau bij te wonen.

HOOFDSTUK 2 Aanwijzing van getuigen in stem- en telbureaus
Art. 114.

Vijf dagen voor de verkiezing kunnen de kandidaten zoveel getuigen en zoveel plaatsvervangende getuigen aanwijzen als er stembureaus en telbureaus zijn. De voorzitter neemt de aanwijzingen van getuigen voor de stem- en telbureaus in ontvangst overeenkomstig artikel 68, § 1, eerste lid, 2°.

Art. 115.

Om getuige te kunnen zijn moet de persoon in kwestie gemeenteraadskiezer zijn in het kiesarrondissement.

Art. 116.

De kandidaten beslissen voor iedere getuige in welk stembureau of telbureau hij tijdens de duur van de verrichtingen zijn opdracht zal vervullen. De getuigen worden daarvan op de hoogte gebracht door de kandidaten zelf. Die kennisgeving wordt mee ondertekend door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau.

Art. 117.

De getuigen die in een andere gemeente kiezer zijn, moeten hun hoedanigheid van gemeenteraadskiezer kunnen aantonen, hetzij via de oproepingsbrief voor de verkiezingen in hun gemeente, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst.

Art. 118.

De kandidaten kunnen als getuige of als plaatsvervangende getuige worden aangewezen.

Kandidaten die samen zijn voorgedragen, mogen maar één getuige en één plaatsvervangende getuige per stembureau aanwijzen.

Art. 119.

Als er meer dan één getuige voor hetzelfde stembureau en voor dezelfde lijst is voorgedragen, weert het gemeentelijk hoofdbureau de extra getuigen door middel van loting. De niet-aangewezen getuigen kunnen eventueel voor andere stembureaus worden aangewezen. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau geeft hen daarvan dadelijk bericht. De lotingen geschieden onmiddellijk na het verstrijken van de termijn die voor het in ontvangst nemen van de getuigenaanwijzingen is vastgesteld, ongeacht het aantal aanwezige leden.

Als er meer dan één getuige voor hetzelfde telbureau en voor dezelfde lijst is voorgedragen, wijst de voorzitter van het telbureau, bij loting voor elke kandidatenlijst, behoudens onderlinge overeenstemming van de getuigen, uit de aanwezige getuigen van de stembureaus waarvan hem de stembussen zijn overhandigd, degene aan die bij de telling aanwezig moet zijn. De niet-aangewezen getuigen gaan onmiddellijk weg en van het verloop van de procedure wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

Art. 120.

De getuigen hebben het recht hun opmerkingen in het proces-verbaal te doen opnemen.

Titel 18 Opmaak van het stembiljet in geval van een stemming op papier

Art. 121.

Als er meer kandidaten dan toe te kennen mandaten zijn, maakt het gemeentelijk hoofdbureau het stembiljet op voor de verkiezingen van de gemeenteraden, het stadsdistrictshoofdbureau maakt het stembiljet op voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden en het provinciedistrictshoofdbureau maakt het stembiljet op voor de verkiezingen van de provincieraden, onmiddellijk na het afsluiten van de kandidatenlijsten overeenkomstig het model, dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald.

Art. 122.

Twee dagen voor of daags voor de dag van de verkiezing zendt de voorzitter van het hoofdbureau dat de stembiljetten heeft vastgesteld, de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde enveloppes aan de voorzitter van elk stembureau. Op de enveloppes worden het adres en het aantal ingesloten stembiljetten vermeld.

De voorzitter van het hoofdbureau zendt tezelfdertijd aan de voorzitter van elk telbureau de modeltabel die hij heeft opgemaakt en die de voorzitters van de telbureaus na de telling moeten invullen, als vermeld in artikel 156, tweede tot en met vierde lid.

Titel 19 Inrichting van de stemlokalen

Art. 123.

§ 1. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht door het college van burgemeester en schepenen volgens het model dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald.

Afmetingen en schikking mogen worden gewijzigd volgens de vereisten van de lokalen.

§ 2. Er is ten minste één stemhokje per honderdvijftig kiezers.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de onderrichtingen voor de kiezers. Die worden in het stemlokaal aangebracht.

Art. 124.

In het stemlokaal is voor elke te verkiezen raad een aparte stembus aanwezig.

Art. 125.

Een exemplaar van dit kiesdecreet en van de onderrichtingen wordt in het stemlokaal ter inzage gelegd voor de leden van het stembureau.

Deel 3 Op de verkiezingsdag

Titel 1 De installatie van de stembureaus

Art. 126.

De voorzitter installeert het stembureau uiterlijk om 7.30 uur. Als er onvoldoende bijzitters en plaatsvervangende bijzitters aanwezig zijn, vervolledigt hij het stembureau ambtshalve met aanwezige kiezers.

Als bewijs van hun aanstelling moeten de getuigen die zich aanbieden, in het bezit zijn van hun aanstellingsbrief overeenkomstig artikel 116. De voorzitter houdt die aanstellingsbrieven bij.

Getuigen kunnen vóór de aanvang van de stemming bezwaar formuleren tegen de samenstelling van het stembureau. De voorzitter beslist over de bezwaren. Er is geen beroep mogelijk.

Het proces-verbaal van het stembureau maakt hier melding van.

Art. 127.

Als de voorzitter voor of na de installatie van het stembureau verhinderd of afwezig is, wijst het stembureau onder zijn leden een plaatsvervangende voorzitter aan. Bij staking van stemmen beslist het oudste lid.

Het proces-verbaal van het stembureau maakt hier melding van.

Art. 128.

De bijzitters, de secretaris en de getuigen leggen voor het begin van de verrichtingen de eed af ten overstaan van de voorzitter. Daarna legt de voorzitter de eed af ten overstaan van het stembureau.

De eedformule luidt : "Ik zweer dat ik het geheim van de stemming zal bewaren.".

De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de werkzaamheden aangesteld wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt.

Het proces-verbaal van het stembureau maakt melding van elke eedaflegging.

Art. 129.

De leden van het stembureau hebben recht op presentiegeld, waarvan het bedrag en de modaliteiten door de Vlaamse Regering bepaald worden.

Titel 2 De stemming

Art. 130.

De kiezer kan alleen zijn stem uitbrengen voor een verkiezing waarvoor hij is opgeroepen. Hij stemt in de gemeente en, in voorkomend geval, in het stadsdistrict waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven.

Art. 131.

Niemand kan worden verplicht het geheim van zijn stem bekend te maken, zelfs bij een gerechtelijk onderzoek of geschil, of bij een parlementair onderzoek.

Art. 132.

§ 1. Alleen de kiezers worden in het stemlokaal toegelaten. Ze mogen niet langer in het stemlokaal blijven dan nodig is om te stemmen.

§ 2. De voorzitter neemt de nodige maatregelen voor de handhaving van de orde en rust in het stemlokaal en in de omgeving ervan. Hij kan die bevoegdheid geheel of gedeeltelijk delegeren aan een lid van het stembureau.

In het stemlokaal en het wachtlokaal mag geen gewapende macht worden opgesteld zonder opvordering van de voorzitter. De burgerlijke overheid en de militaire bevelhebbers zijn gehouden zijn opvorderingen op te volgen.

§ 3. Alleen de leden van het stembureau, de kiezers en de getuigen hebben toegang tot het stemlokaal. Andere personen worden op bevel van de voorzitter of zijn gemachtigde uit het stemlokaal verwijderd. Wie weerstand biedt of opnieuw binnenkomt, kan worden gestraft overeenkomstig artikel 245.

§ 4. De voorzitter of zijn gemachtigde kan ieder persoon tot de orde roepen die in het stemlokaal openlijk tekens van goedkeuring of afkeuring geeft, of de rust verstoort. Als die persoon daar toch mee doorgaat, kan de voorzitter of zijn gemachtigde hem laten verwijderen, met dien verstande dat hij hem opnieuw moet binnenlaten om te stemmen. Wie verwijderd werd, kan worden gestraft overeenkomstig artikel 245.

§ 5. Van het bevel tot verwijdering, vermeld in paragraaf 3 en 4, wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

Art. 133.

De leden van het stembureau en de getuigen stemmen in het stemlokaal waar zij hun opdracht vervullen.

Art. 134.

De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur.

Als de verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden als die welke georganiseerd worden voor de vernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Europees Parlement of het Vlaams Parlement, kan de Vlaamse Regering het sluitingsuur van de stembureaus wijzigen.

Kiezers die in het lokaal aanwezig zijn vóór 13 uur of vóór het uur dat de Vlaamse Regering, overeenkomstig het tweede lid heeft bepaald, worden nog tot de stemming toegelaten.

Art. 135.

§ 1. De kiezers melden zich in het stemlokaal met hun identiteitskaart en oproepingsbrief.

§ 2. De gevolmachtigde meldt zich aan in het stemlokaal waar de volmachtgever had moeten stemmen. Hij overhandigt aan de voorzitter van het stembureau :
1° de volmacht;
2° één van de attesten, vermeld in artikel 56, § 2;
3° zijn identiteitskaart;
4° zijn oproepingsbrief;
5° de oproepingsbrief van de volmachtgever.

Art. 136.

De secretaris stipt de naam van de kiezers aan op de aanstiplijst. De voorzitter of een door hem aangewezen lid doet hetzelfde op het tweede exemplaar van de aanstiplijst, na te hebben gecontroleerd of de gegevens op de aanstiplijst overeenstemmen met de vermeldingen op de oproepingsbrief en op de identiteitskaart.

Art. 137.

§ 1. Wie als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, maar zijn oproepingsbrief niet kan voorleggen, kan tot de stemming toegelaten worden als zijn identiteit door het bureau wordt erkend.

§ 2. Het stembureau mag de volgende personen die vermeld staan op de aanstiplijst, niet tot de stemming toelaten :
1° personen van wie het college van burgemeester en schepenen of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waarvan een uittreksel is overgelegd;
2° personen die onder de toepassing vallen van een van de bepalingen van artikel 15, § 1 en 2, en van wie de onbekwaamheid blijkt uit een stuk waarvan de wet de afgifte voorschrijft;
3° personen van wie bewezen is, hetzij door stukken, hetzij door eigen bekentenis, dat zij op de dag van de verkiezing de stemgerechtigde leeftijd niet hebben bereikt;
4° personen die dezelfde dag al in een ander stembureau of een andere gemeente hebben gestemd.

§ 3. Wie niet als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, wordt alleen tot de stemming toegelaten na het voorleggen van ofwel :
1° een beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarbij zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen;
2° een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarin zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen;
3° een getuigschrift van het college van burgemeester en schepenen dat bevestigt dat de betrokkene de hoedanigheid van kiezer bezit.

§ 4. De namen van de kiezers die niet vermeld staan op de aanstiplijst maar die door het stembureau tot de stemming zijn toegelaten, worden op beide aanstiplijsten ingeschreven.

Art. 138.

§ 1. Voor elke verkiezing waarvoor hij kiesgerechtigd is, ontvangt de kiezer een in vieren dichtgevouwen stembiljet dat aan de keerzijde gemerkt is door een stempel. De plaats van de stempel wordt door de voorzitter bepaald op de dag van de verkiezingen en wordt aangebracht op een modelstembiljet. Dat modelstembiljet wordt geparafeerd en op het einde van de stemming in een aparte verzegelde enveloppe gestopt.

De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een stemhokje. Hij brengt er zijn stem uit.

§ 2. Een kiezer die wegens lichamelijke beperkingen niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten geleiden of bijstaan. De naam van beide personen wordt in het proces-verbaal vermeld.

Als een lid van het stembureau of een getuige de echtheid of de ernst van de aangevoerde lichamelijke beperking betwist, dan beslist het stembureau. De met redenen omklede beslissing van het stembureau wordt in het proces-verbaal opgenomen.

§ 3. De kiezer toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vieren dichtgevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus.

De voorzitter of een door hem aangesteld lid stempelt de oproepingsbrief af en geeft de oproepingsbrief terug aan de kiezer.

Als de kiezer bij volmacht heeft gestemd, vermeldt de voorzitter na de stemming op de oproepingsbrief van de gevolmachtigde : "heeft bij volmacht gestemd". De oproepingsbrief van de volmachtgever wordt afgestempeld. De voorzitter houdt de volmacht en het daarbij horende attest bij en voegt beide documenten bij het proces-verbaal.

Art. 139.

Het is voor een kiezer verboden om het stembiljet na het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Als de kiezer het stembiljet na het verlaten van het stemhokje geopend heeft, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, maakt het onmiddellijk onbruikbaar en verplicht de kiezer opnieuw te stemmen.

De voorzitter kan op vraag van een kiezer een ander stembiljet geven, tegen teruggave van het eerste. Het eerste stembiljet wordt in dat geval onmiddellijk onbruikbaar gemaakt.

De voorzitter schrijft op de stembiljetten die zijn teruggenomen, de vermelding : "Teruggenomen stembiljet" en parafeert ze.

Art. 140.

De kiezer kan geldig stemmen door het uitbrengen van :
1° een lijststem, als hij akkoord gaat met de volgorde waarin de kandidaten op de lijst voorkomen;
2° een naamstem, meerdere naamstemmen op eenzelfde lijst of een lijststem in combinatie met een of meer naamstemmen binnen dezelfde lijst, als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen.

Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken, duidelijk blijkt.

Titel 3 Het einde van de stemming

Art. 141.

Nadat de laatste toegelaten kiezer heeft gestemd, sluit de voorzitter van het stembureau het stemlokaal. Hij maakt één proces-verbaal op voor alle verkiezingen samen.

Art. 142.

§ 1. De voorzitter verzamelt per verkiezing de stembiljetten die hij onbruikbaar gemaakt heeft omdat ze beschadigd of openbaar gemaakt zijn, en vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal. Hij stopt ze in een daartoe bestemde enveloppe en verzegelt die enveloppe.

§ 2. De voorzitter verzamelt per verkiezing de niet-gebruikte stembiljetten en vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal. Hij stopt ze in een daartoe bestemde enveloppe en verzegelt die enveloppe.

§ 3. De voorzitter opent de stembussen.

Het stembureau telt per verkiezing het aantal stembiljetten. De voorzitter vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal en, per verkiezing, in het daartoe bestemde formulier. Hij stopt die formulieren in de daartoe bestemde enveloppen en verzegelt die enveloppen.

De stembiljetten worden per verkiezing opnieuw in de stembus of in een harmonica-enveloppe gestopt. De stembus of de harmonica-enveloppe worden verzegeld. Ook de getuigen mogen er hun zegel op zetten. Bij de stembussen bedekt de verzegeling in het bijzonder de sleuf van de stembus.

Art. 143.

De voorzitter stelt de volgende lijsten op :
1° op basis van de aanstiplijsten : een lijst van de kiezers die op de aanstiplijsten stonden, maar die niet hebben gestemd. Die lijst wordt ondertekend door de leden van het stembureau;
2° een lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd;
3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering;
4° een lijst van de personen die uit het stembureau zijn verwijderd overeenkomstig artikel 132, § 3 en § 4.

Bij de verschillende lijsten worden de opmerkingen gevoegd die werden gemaakt door de leden van het stembureau en de getuigen.

Art. 144.

De voorzitter sluit het proces-verbaal af. In de stembureaus waar niet geteld wordt overeenkomstig artikel 42, derde lid, vermeldt het proces-verbaal dat de voorzitter de stembus zal bewaren en die in voorkomend geval zal bezorgen aan het telbureau.

Art. 145.

De voorzitter van het stembureau bezorgt, tegen ontvangstbewijs, de volgende stukken aan de voorzitter van het aangewezen telbureau voor de gemeenteraadsverkiezing of, in voorkomend geval, het aangewezen telbureau voor de stadsdistrictsraadsverkiezing :
1° de verzegelde enveloppe met het exemplaar van het proces-verbaal van het stembureau, vermeld in artikel 144;
2° de lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden maar die toch gestemd hebben vermeld in artikel 143, eerste lid, 2°, en tweede lid;
3° de verzegelde enveloppe met de twee exemplaren van de aanstiplijsten;
4° de aanstellingsbrieven van de getuigen, vermeld in artikel 116;
5° de volmachten en de daarbij horende attesten, vermeld in artikel 56, § 2;
6° de documenten die de voorzitter ontving van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd, overeenkomstig artikel 137, § 3.

De voorzitter van het stembureau bezorgt tegen ontvangstbewijs, eventueel vergezeld van getuigen, per verkiezing de verzegelde harmonica-enveloppe of de verzegelde stembus met de sleutels aan de voorzitters van de aangewezen telbureaus, samen met :
1° de verzegelde enveloppe met het formulier, vermeld in artikel 142, § 3;
2° het geparafeerde modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1;
3° de verzegelde enveloppe met de stembiljetten die hij onbruikbaar gemaakt heeft omdat ze beschadigd of openbaar gemaakt zijn, vermeld in artikel 142, § 1;
4° de verzegelde enveloppe met de niet-gebruikte stembiljetten, vermeld in artikel 142, § 2.

Indien nodig, stelt het gemeentebestuur een voertuig ter beschikking van de voorzitter om de voormelde enveloppen en/of stembussen te vervoeren.

Art. 146.

De voorzitter van het stembureau stuurt onmiddellijk na de stemming het formulier voor de betaling van het presentiegeld naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau.

Art. 147.

De voorzitter van het stembureau bezorgt de volgende stukken in een verzegelde enveloppe binnen drie dagen aan de vrederechter van het gerechtelijk kanton :
1° de lijst van de kiezers die op de aanstiplijst stonden, maar die niet hebben gestemd, vermeld in artikel 143, eerste lid, 1°;
2° eventueel de bewijsstukken van de afwezige kiezers en bijzitters;
3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering, vermeld in artikel 143, eerste lid, 3°;
4° een lijst van de personen als vermeld in artikel 132, § 3 en § 4.

Art. 148.

De getuigen hebben het recht de enveloppen te verzegelen en hun opmerkingen in het proces-verbaal en in de lijsten, vermeld in artikel 143, te doen opnemen.

Art. 149.

De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, vermeld in dit hoofdstuk, alsook de lijsten, harmonica-enveloppen, enveloppen, formulieren, verzegelingen en stembussen moeten voldoen.

Titel 4 De telling van de stemmen

Art. 150.

De voorzitter installeert het telbureau uiterlijk om 14 uur.

Als er onvoldoende bijzitters en plaatsvervangende bijzitters aanwezig zijn, vervolledigt de voorzitter het telbureau. Het proces-verbaal van het telbureau maakt daar melding van.

Art. 151.

Als de voorzitter van het telbureau verhinderd of afwezig is, wijst het telbureau onder zijn leden een plaatsvervangend voorzitter aan. Bij staking van stemmen beslist het oudste lid. Het proces-verbaal van het telbureau maakt hier melding van.

Art. 152.

Voor ze hun ambt opnemen, leggen de leden de voorgeschreven eed af.

De bijzitters en de secretaris leggen voor het begin van de verrichtingen de eed af ten overstaan van de voorzitter. Daarna legt de voorzitter de eed af ten overstaan van het telbureau.

De eedformule luidt voor de voorzitter, de secretaris en de bijzitters : "Ik zweer dat ik de stemmen getrouw zal tellen en het geheim van de stemming zal bewaren.".

De voorzitter of de bijzitter die gedurende de werkzaamheden aangesteld wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voor hij zijn ambt aanvaardt.

Elke eedaflegging wordt vermeld in het proces-verbaal van het telbureau.

Art. 153.

De leden van het telbureau hebben recht op presentiegeld, waarvan het bedrag en de modaliteiten bepaald worden door de Vlaamse Regering.

Art. 154.

Zodra het telbureau is geïnstalleerd, worden de getuigen toegelaten tot het tellokaal.

Als bewijs van hun aanstelling moeten de getuigen die zich aanbieden, in het bezit zijn van hun aanstellingsbrief. De voorzitter houdt de aanstellingsbrieven bij.

Behalve bij onderlinge overeenstemming van de getuigen wijst de voorzitter van het telbureau bij loting voor elke kandidatenlijst uit de aanwezige getuigen degenen aan die bij de telling aanwezig moeten zijn. De niet-aangewezen getuigen gaan onmiddellijk weg en er wordt melding van gemaakt in het proces-verbaal.

Voor het begin van de telverrichtingen mag de titelvoerende getuige vervangen worden door zijn plaatsvervanger en omgekeerd, maar de titelvoerder en de plaatsvervanger kunnen elkaar niet meer aflossen zodra de verrichtingen begonnen zijn.

De getuigen in het telbureau leggen ten overstaan van de voorzitter de volgende eed af : "Ik zweer dat ik het geheim van de stemming zal bewaren.".

Als van een bepaalde lijst geen enkele getuige aanwezig is, laat het bureau, ook al zijn de telverrichtingen al begonnen, de eerste getuige van die lijst toe die zich aanmeldt en zijn hoedanigheid bewijst.

Art. 155.

§ 1. Het telbureau vat de telverrichtingen aan zodra het een harmonica-enveloppe of stembus met de sleutels en de enveloppen met de bijbehorende documenten die bestemd zijn voor het telbureau, ontvangen heeft.

§ 2. De voorzitter opent de harmonica-enveloppen of stembussen in aanwezigheid van de leden van het telbureau en van de getuigen. Hij of zijn gemachtigde tellen de stembiljetten die ze bevatten, zonder ze open te vouwen.

Het aantal stembiljetten dat gevonden wordt in elke harmonica-enveloppe of stembus, wordt vermeld in het proces-verbaal.

De enveloppen met de stembiljetten die de voorzitter van het stembureau onbruikbaar heeft gemaakt omdat ze beschadigd of openbaar werden gemaakt, en de enveloppen met de ongebruikte stembiljetten worden niet geopend.

§ 3. Het telbureau vouwt de stembiljetten open en deelt ze in de volgende categorieën in :
1° categorie 1 : voor elke lijst, de stembiljetten met alleen een geldige lijststem;
2° categorie 2 : voor elke lijst, de stembiljetten met een of meer naamstemmen. Tot deze categorie behoren ook alle stembiljetten waarop zowel een lijststem als een stem voor een of meer kandidaten van dezelfde lijst werd uitgebracht;
3° categorie 3 : blanco stemmen en ongeldige stemmen;
4° categorie 4 : twijfelachtige stembiljetten.

De volgende stembiljetten zijn ongeldig :
1° stembiljetten waarop meer dan een lijststem voorkomt of waarop naamstemmen voor kandidaten op verschillende lijsten zijn uitgebracht;
2° stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van een of meer kandidaten van een of meer andere lijsten;
3° stembiljetten waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn; die binnenin een papier of een voorwerp bevatten; of die de kiezer herkenbaar heeft gemaakt door er een teken, een tekst of een doorhaling op aan te brengen;
4° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de regelgeving mogen worden gebruikt.

De volgende stembiljetten zijn geldig :
1° stembiljetten met een lijststem en een of meer naamstemmen op dezelfde lijst;
2° stembiljetten met een onvolmaakt stemmerk, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken duidelijk blijkt.

§ 4. Het telbureau beslist tot welke categorie de twijfelachtige stembiljetten behoren, en wijst ze toe aan categorie 1, 2 of 3, zoals vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° tot en met 3°.

§ 5. Leden van het telbureau en getuigen kunnen opmerkingen voorleggen aan het telbureau, dat over de betwiste stembiljetten beslist. Het bezwaar, het advies van de getuigen en de beslissing van het bureau worden in het proces-verbaal opgenomen.

Als het bureau beslist dat een stembiljet geldig is, schrijft de voorzitter op het stembiljet "geldig". Dat biljet wordt ondergebracht in de categorie waartoe het behoort.

Als het bureau beslist dat een stembiljet ongeldig is, schrijft de voorzitter op het stembiljet "ongeldig". Dat biljet wordt ondergebracht in de categorie van de ongeldige stemmen.

De op de wijze, vermeld in het tweede en het derde lid, geldig en ongeldig verklaarde stembiljetten worden door twee leden van het bureau en door een getuige, als die aanwezig is, geparafeerd en in een aparte verzegelde enveloppe gestoken.

§ 6. Het telbureau telt voor elke lijst :
1° het aantal stembiljetten met een geldige lijststem, zijnde categorie 1, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°;
2° het aantal stembiljetten met een of meer geldige naamstemmen, zijnde categorie 2, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 2°;
3° het aantal naamstemmen, behaald door elke kandidaat.

De aantallen, vermeld in het eerste lid, worden in het proces-verbaal vermeld.

§ 7. Het telbureau stelt per lijst het aantal geldige stembiljetten vast, alsook het aantal blanco en ongeldige stembiljetten.

De aantallen, vermeld in het eerste lid, worden in het proces-verbaal vermeld.

§ 8. De stembiljetten, ingedeeld per lijst in categorie 1 en 2, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, en de ongeldige en blanco stembiljetten, zijnde categorie 3, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, worden na telling in afzonderlijke verzegelde enveloppen gestoken, net als de stembiljetten waarover een lid van het stembureau of een getuige een opmerking heeft gemaakt als vermeld in paragraaf 5.

§ 9. De getuigen hebben het recht de enveloppen te verzegelen en hun opmerkingen in het proces-verbaal te laten opnemen.

Art. 156.

Het proces-verbaal van het telbureau wordt tijdens de telverrichtingen opgemaakt.

De resultaten van de telling worden in het proces-verbaal vermeld in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel, op te maken door de voorzitter van het hoofdbureau overeenkomstig artikel 122.

Die tabel vermeldt :
1° het aantal stembiljetten dat in elke stembus gevonden is;
2° het aantal blanco of ongeldige stembiljetten;
3° het aantal geldige stembiljetten;
4° voor elke lijst, gerangschikt volgens volgnummer, het aantal lijststemmen en het aantal naamstemmen voor elke kandidaat.

Van die tabel wordt onmiddellijk een tweede exemplaar gemaakt.

Art. 157.

§ 1. Als het telbureau ook als hoofdbureau fungeert, vult de voorzitter de resultaten van de telling onmiddellijk in op het proces-verbaal, vermeld in artikel 156, eerste lid. Het proces-verbaal wordt definitief na de ondertekening door alle leden van het bureau. Het proces-verbaal geeft de officiële uitslag weer van de verkiezingen.

§ 2. Als het telbureau niet als hoofdbureau fungeert, legt de voorzitter van het telbureau een ontwerp van het proces-verbaal en de bijbehorende tabel voor aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau.

§ 3. Als de voorzitter van het hoofdbureau zich niet akkoord verklaart met het ontwerp van het proces-verbaal en de bijbehorende tabel, vraagt hij de voorzitter van het telbureau de tabel aan te vullen of te verbeteren en, in voorkomend geval, het ontwerp van procesverbaal aan te vullen of te verbeteren.

§ 4. Alleen als de voorzitter van het hoofdbureau zich akkoord verklaart met het ontwerp van het proces-verbaal en de bijbehorende tabel, ondertekent hij die stukken en kunnen de leden van het telbureau en de getuigen het proces-verbaal met de tabel en het tweede exemplaar daarvan ondertekenen, waardoor die documenten definitief worden. Daarna ontbindt de voorzitter zijn telbureau.

Art. 158.

§ 1. De voorzitter van het telbureau bezorgt onmiddellijk, tegen ontvangstbewijs, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, het stadsdistrictshoofdbureau een verzegelde enveloppe met daarin de ondertekende tabel, vermeld in artikel 157, § 4.

§ 2. De voorzitter van het telbureau bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, het stadsdistrictshoofdbureau, binnen vierentwintig uur :
1° in een verzegeld pak : het proces-verbaal van het telbureau en het tweede exemplaar van de door de leden van het telbureau ondertekende tabel, vermeld in artikel 157, § 4;
2° in een verzegeld pak : de betwiste stembiljetten, vermeld in artikel 155, § 8;
3° in een verzegeld pak : de niet-betwiste stembiljetten, vermeld in artikel 155, § 8;
4° in een pak : de aanstellingsbrieven van de getuigen;
5° in een pak : de enveloppen die hij ontvangen heeft van de voorzitters van de stembureaus, vermeld in artikel 145;
6° in een pak : het modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1, en het formulier, vermeld in artikel 142, § 3.

§ 3. Die stukken worden beveiligd bewaard in het hoofdbureau.

De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, de tabel en de enveloppen vermeld in dit hoofdstuk moeten voldoen.

Art. 159.

De voorzitter van het telbureau stuurt onmiddellijk na de stemming het formulier voor de betaling van het presentiegeld naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau.

Art. 160.

Nadat het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, het stadsdistrictshoofdbureau de resultaten van de telling in de verschillende telbureaus ontvangen heeft, gaat het onmiddellijk over tot de algemene telling van de stemmen in aanwezigheid van de leden van het hoofdbureau en van de getuigen.

Het gemeentelijk hoofdbureau maakt onmiddellijk het proces-verbaal op van de algemene telling voor de provincieraadsverkiezingen. In voorkomend geval maakt het stadsdistrictshoofdbureau onmiddellijk het proces-verbaal op van de algemene telling voor de gemeenteraadsverkiezingen en het proces-verbaal van de algemene telling voor de provincieraadsverkiezingen. Die processen-verbaal worden ondertekend door de leden en door de getuigen.

Als het hoofdbureau om 24 uur niet in het bezit is van de uitslagen van alle telbureaus, kan de voorzitter van het hoofdbureau beslissen dat de telling of de voortzetting ervan uitgesteld wordt tot de volgende ochtend om 9 uur. De voorzitter van het hoofdbureau zorgt voor de bewaring van de tabellen, vermeld in artikel 158, § 1.

Art. 161.

De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau bezorgt via digitale weg, op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt, aan de Vlaamse Regering het totaal van de neergelegde stembiljetten, het totaal van de geldige stembiljetten, het totaal van de blanco en ongeldige stembiljetten en het door elke kandidaat behaalde aantal naamstemmen.

De uitslagen of de gedeeltelijke uitslagen kunnen pas worden verspreid als alle stembureaus gesloten zijn.

De Vlaamse Regering kan de voorzitters van de hoofdbureaus machtigen om gedeeltelijke uitslagen via digitale weg mee te delen en bepaalt onder welke voorwaarden dat gebeurt.

Art. 162.

Wat betreft de resultaten van de algemene telling voor de provincieraadsverkiezingen bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau het proces-verbaal met de resultaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau.

Wat betreft de resultaten van de algemene telling voor de gemeenteraadsverkiezingen bezorgt de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau het proces-verbaal met de resultaten aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau.

Art. 163.

Op verzoek van de voorzitter van het hoofdbureau stelt het college van burgemeester en schepenen personeelsleden ter beschikking van het hoofdbureau, die werken onder toezicht van het bureau. De aan die personeelsleden toe te kennen vergoeding wordt bepaald door het college van burgemeester en schepenen.

Art. 164.

De getuigen hebben het recht hun opmerkingen in het proces-verbaal te laten opnemen.

Titel 5 Zeteltoewijzing, bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden

HOOFDSTUK 1 Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij gemeenteraadsverkiezingen door het gemeentelijk hoofdbureau en afsluitende werkzaamheden
Afdeling 1 Verdeling van de zetels over de lijsten
Art. 165.

Het stemcijfer van iedere lijst wordt bepaald door alle stembiljetten op te tellen waarop een geldige stem is uitgebracht bovenaan op de lijst of op een of meer kandidaten van die lijst.

Alleenstaande kandidaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen.

Art. 166.

Het gemeentelijk hoofdbureau deelt het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1; 1 1/2; 2; 2 1/2; 3; 3 1/2; 4; 4 1/2 enzovoort en rangschikt de quotiënten in de volgorde van belangrijkheid, tot er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.

De verdeling over de lijsten gebeurt door aan iedere lijst zoveel zetels toe te kennen als haar stemcijfer quotiënten heeft opgeleverd, gelijk aan of hoger dan het laatst gerangschikte quotiënt. Als een zetel met evenveel recht aan verscheidene lijsten toekomt, wordt hij toegekend aan de lijst met het hoogste stemcijfer en, bij gelijkheid van de stemcijfers, aan de lijst waarop de kandidaat voorkomt die onder de kandidaten van wie de verkiezing in het geding is, de meeste stemmen heeft verkregen of die, subsidiair, de jongste in jaren is.

Afdeling 2 Aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers
Art. 167.

Als het aantal kandidaten van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn al die kandidaten verkozen.

Art. 168.

Als het aantal kandidaten van een lijst kleiner is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn die kandidaten allemaal verkozen en voegt het gemeentelijk hoofdbureau de niet-toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten toekomen.

De verdeling over deze lijsten, vermeld in het eerste lid, gebeurt door voortzetting van de bewerking, vermeld in artikel 166, eerste lid.

Art. 169.

§ 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het gemeentelijk hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen en een overdracht van de lijststemmen.

§ 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier :
1° per lijst wordt het verkiesbaarheidscijfer op de volgende manier berekend :
(stemcijfer van de lijst) X (aantal zetels aan die lijst toegekend) / aantal zetels aan die lijst toegekend +1

De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;

2° het aantal over te dragen stemmen wordt op de volgende manier berekend :
(aantal stembiljetten met een lijststem, vermeld in artikel 155, § 3, eerste lid, 1°) X (aantal zetels aan die lijst toegekend) / 3

De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;

3° het aantal stemmen vermeld in 2° wordt als volgt overgedragen : de toe te kennen stembiljetten worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst vermeld in 1°, te bereiken. Als er een overschot is, wordt dat op vergelijkbare wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde enzovoort, tot het aantal over te dragen stemmen, vermeld in 2°, uitgeput is;

4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3°. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend;

5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben bekomen, na een nieuwe overdracht van de stemmen vermeld in 3°, te beginnen bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend.

Afdeling 3 Bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden
Art. 170.

Het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau wordt onmiddellijk opgemaakt en ondertekend door de leden en door de getuigen.

Art. 171.

De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kondigt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot gemeenteraadslid of opvolger gekozen zijn, in het openbaar af.

Onmiddellijk na die afkondiging zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld.

Art. 172.

§ 1. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur de volgende stukken betreffende de gemeenteraadsverkiezingen :
1° het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau, in voorkomend geval aangevuld met de processen-verbaal van de algemene telling van de gemeenteraadsverkiezingen ontvangen van de voorzitter van de stadsdistrictshoofdbureaus overeenkomstig artikel 162, tweede lid;
2° de stukken die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2.

§ 2. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur :
1° het ondertekende proces-verbaal van de algemene telling van de provincieraadsverkiezingen, vermeld in artikel 160, tweede lid;
2° de stukken betreffende de provincieraadsverkiezingen die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2.

Art. 173.

De gemeentesecretaris legt een tweede exemplaar van het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau, dat door de leden eensluidend verklaard is, voor iedereen ter inzage.

Het gemeentebestuur bezorgt aan iedere kandidaat die erom vraagt, een uittreksel uit dat proces-verbaal.

Art. 174.

De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van de opslag, de organisatie en de vernietiging van de stukken.

HOOFDSTUK 2 Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij stadsdistrictsraadsverkiezingen door het stadsdistrictshoofdbureau en afsluitende werkzaamheden
Art. 175.

De bepalingen, vermeld in artikel 165 tot en met 174, zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen voor de stadsdistrictsraden met dien verstande dat :
1° "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
2° "gemeentesecretariaat" wordt gelezen als "secretariaat van het stadsdistrict";
3° "gemeenteraadsverkiezingen" wordt gelezen als "stadsdistrictraadsverkiezingen";
4° "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict";
5° artikel 166, eerste lid, wordt gelezen als "Het stadsdistrictshoofdbureau deelt het stem-cijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4 enzovoort en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, tot er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.

Art. 176.

De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur :
1° de ondertekende processen-verbaal van de algemene telling van de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen, vermeld in artikel 160, tweede lid;
2° de stukken betreffende de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en 2.

HOOFDSTUK 3 Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij provincieraadsverkiezingen door het provinciaal hoofdbureau en afsluitende werkzaamheden
Afdeling 1 Verdeling van de zetels over de lijsten
Art. 177.

Het stemcijfer van iedere lijst wordt bepaald door de optelling van alle stembiljetten waarop een geldige stem is uitgebracht bovenaan de lijst of voor één of meer kandidaten van die lijst.

Art. 178.

Alleenstaande kandidaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen.

Art. 178/1.

De lijsten die minstens 5 percent van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen hebben behaald in het provinciedistrict, komen in aanmerking voor de rechtstreekse zetelverdeling, bedoeld in artikel 179, 180 en 181, § 1.

Onderafdeling 1 Verdeling van de zetels in provinciedistricten waar geen gebruik is gemaakt van het recht om een lijstenverbinding aan te gaan
Art. 179.

§ 1. In de provinciedistricten waar geen gebruik is gemaakt van het in artikel 101 aan de kandidaten toegestane recht om een lijstenverbinding aan te gaan, wordt de verdeling van de zetels gedaan overeenkomstig dit artikel.

§ 2. Het provinciaal hoofdbureau deelt per provinciedistrict het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4, 5 enzovoort, en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun grootte, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn. Het laatste quotiënt dient als kiesdeler.

De verdeling over de lijsten gebeurt zo dat aan iedere lijst een aantal zetels wordt toegekend, gelijk aan het aantal keren dat haar stemcijfer de kiesdeler bevat, behoudens toepassing van artikel 180.

Art. 180.

Wanneer een zetel met evenveel recht aan verscheidene lijsten toekomt, wordt hij toegekend aan de lijst met het hoogste stemcijfer en bij gelijkheid van de stemcijfers, aan de lijst waarop een kandidaat voorkomt die onder de kandidaten van wie de verkiezing in het geding is, de meeste stemmen heeft verkregen of subsidiair, de jongste in jaren is.

Onderafdeling 2 Verdeling van de zetels in de provinciedistricten waar gebruik is gemaakt van het recht om een lijstenverbinding aan te gaan
Art. 181.

§ 1. In de provinciedistricten waar gebruik is gemaakt van het in artikel 101 bedoelde recht, bepaalt het provinciaal hoofdbureau per provinciedistrict de kiesdeler door het algemeen totaal van de geldige stemmen te delen door het getal van de in het provinciedistrict toe te kennen zetels.

Het provinciaal hoofdbureau deelt voor ieder provinciedistrict het stemcijfer van elke lijst, die overeenkomstig artikel 178 tot de zetelverdeling wordt toegelaten, door die kiesdeler, zonder de bewerking tot de decimalen voort te zetten. Het aldus tot een geheel getal vastgestelde quotiënt bepaalt het aantal zetels dat bij een eerste verdeling wordt toegekend. Voor elke lijst schrijft het provinciaal hoofdbureau, tegenover het aantal zetels dat haar aldus bij de eerste verdeling is toegekend, het overschot van de deling, dit wil zeggen het aantal nog niet gebruikte stemmen.

§ 2. Het provinciaal hoofdbureau stelt het stemcijfer van iedere lijstengroep vast door een optelling van de stemcijfers van de lijsten die er deel van uitmaken. De andere lijsten behouden hun stemcijfers.

Het provinciaal hoofdbureau bepaalt per provinciaal kiesarrondissement door samentelling van de eenheden van de ingevolge paragraaf 1 vastgestelde quotiënten hoeveel zetels de verschillende lij stengroepen en de alleenstaande lijsten voor het gehele provinciaal kiesarrondissement reeds hebben verkregen en hoeveel zetels aanvullend te verdelen zijn.

Tot die aanvullende verdeling laat het provinciaal hoofdbureau alle lijstengroepen toe, die voldoen aan de volgende voorwaarden :
- in minstens één provinciedistrict van het provinciaal kiesarrondissement waartoe het provinciedistrict behoort een aantal stemmen hebben verkregen dat ten minste gelijk is aan 66 percent van de kiesdeler, vastgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid.

Het laat eveneens tot die verdeling toe de alleenstaande lijsten die dit percent hebben bereikt.

Het provinciaal hoofdbureau deelt de stemcijfers, bedoeld in het tweede lid achtereenvolgens door 1, 2, 3 enzovoort, indien de lijst nog geen enkele zetel definitief heeft verkregen; door 2, 3, 4 enzovoort, indien zij slechts één zetel heeft verkregen; door 3, 4, 5 enzovoort, indien zij reeds twee zetels heeft verkregen en zo vervolgens, zodat bij de eerste deling telkens gedeeld wordt door een cijfer gelijk aan het totaal van de zetels dat de groep of de lijst zou verkrijgen indien de eerste van de nog beschikbare zetels haar toegekend werd.

Het provinciaal hoofdbureau rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid totdat een aantal quotiënten gelijk aan het aantal aanvullend te verdelen zetels is bereikt; elk in aanmerking komend quotiënt brengt de toekenning mee van een aanvullende zetel aan de betrokken groep of lijst.

§ 3. Het provinciaal hoofdbureau wijst vervolgens per provinciaal kiesarrondissement de provinciedistricten aan waar de verbonden lijsten de hun toekomende aanvullende zetel of zetels zullen verkrijgen.

Voor de alleenstaande lijsten is de aanwijzing volkomen duidelijk en heeft de toekenning het eerst plaats, en wel te beginnen met de lijsten die de hoogste in aanmerking komende quotiënten hebben.

Voor de verbonden lijsten geschiedt de aanwijzing als volgt.

De volgorde van de belangrijkheid van de in paragraaf 2, vijfde lid, bedoelde quotiënten bepaalt de orde waarin elke groep achtereenvolgens aan de beurt komt om de nog toe te kennen zetel te bezetten.

Samen met elke groep komt het provinciedistrict aan de beurt waar de groep een zetel verkrijgt.

Daarvoor schrijft het provinciaal hoofdbureau onder elkaar, in evenveel kolommen als er alleenstaande lijsten en groepen voor de verdeling aan de beurt komen, de niet vertegenwoordigde stemoverschotten in, zoals bedoeld in paragraaf 1, tweede lid; het rangschikt ze in de volgorde van hun belangrijkheid en vermeldt tegenover elk overschot de naam van het provinciedistrict waarop het betrekking heeft.

De groep waaraan de eerste zetel bij de aanvullende toekenning van de mandaten toekomt, verkrijgt hem in het provinciedistrict dat bovenaan staat in de aan die groep toegewezen kolom, en zo verder. Heeft het aan de beurt komende provinciedistrict het volle aantal zetels reeds verkregen, dan gaat de zetel die de aan de beurt komende groep toekomt, naar het provinciedistrict dat onmiddellijk volgt in dezelfde kolom, en in voorkomend geval naar het daarop volgende provinciedistrict.

Zijn alle zetels reeds toegekend in de provinciedistricten waar de groep kandidaten heeft, dan kan de aanvullende zetel haar niet worden toegekend en wordt het mandaat dat nog openstaat in het provinciedistrict waar de groep geen kandidaten heeft, overeenkomstig het volgende lid aan een andere lijst toegekend.

Wanneer, nadat de lijsten aan de beurt gekomen zijn en de provinciedistricten aangewezen zijn, bevonden wordt dat in een provinciedistrict een lijst meer zetels verkrijgt dan zij er kandidaten telt, voegt het provinciaal hoofdbureau de niet toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten in hetzelfde provinciedistrict toekomen, en zet de bewerkingen, vermeld in paragraaf 2 voort; ieder nieuw quotiënt brengt toekenning mee van een zetel van de betrokken groep of lijst die een toereikend aantal kandidaten telt in het provinciedistrict.

§ 4. Indien een groep van verbonden lijsten recht heeft op meer aanvullende zetels dan zij lijsten telt, wordt de toekenning van een tweede zetel aan een van deze lijsten, de eerste in de orde aangegeven onder paragraaf 3, pas gedaan nadat de andere lijsten van de groep elk een eerste aanvullende zetel hebben verkregen.

Afdeling 2 Aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers
Art. 182.

Als het aantal kandidaten van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn al die kandidaten verkozen.

Art. 183.

Als het aantal kandidaten van een lijst kleiner is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn de kandidaten allemaal verkozen en voegt het provinciaal hoofdbureau de niet-toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten toekomen.

De zetels worden verdeeld over de lijsten door de bewerking, vermeld in artikel 179, § 2, eerste lid, voort te zetten.

Art. 184.

§ 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het provinciaal hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen en een overdracht van de lijststemmen.

§ 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier :
1° per lijst wordt het verkiesbaarheidscijfer op de volgende manier berekend :
(stemcijfer van de lijst) X (aantal zetels aan die lijst toegekend) / aantal zetels aan die lijst toegekend +1

De eventuele decimalen van het quotiënt dat daardoor verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;

2° het aantal over te dragen stemmen wordt op de volgende manier berekend :
(aantal stembiljetten met een lijststem, vermeld in artikel 155, § 3, eerste lid, 1°) X (aantal zetels aan die lijst toegekend) / 3

De eventuele decimalen van het quotiënt dat daardoor verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;

3° het aantal stemmen vermeld in 2° wordt als volgt overgedragen : de toe te kennen stembiljetten worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst, vermeld in 1°, te bereiken. Als er een overschot is, wordt dat op vergelijkbare wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde enzovoort, totdat het aantal over te dragen stemmen, zoals vermeld in 2°, uitgeput is;

4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3°. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend;

5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na een nieuwe overdracht van de stemmen als vermeld in 3°, beginnende bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend.

Afdeling 3 Bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden
Art. 185.

Het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau wordt onmiddellijk opgemaakt. Het wordt ondertekend door de leden van het provinciaal hoofdbureau en door de getuigen.

Art. 186.

De voorzitter van het provinciaal hoofdbureau kondigt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot provincieraadslid of opvolger gekozen zijn, in het openbaar af.

Onmiddellijk na de afkondiging, vermeld in het eerste lid, zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld.

Art. 187.

De voorzitter van het provinciaal hoofdbureau bezorgt binnen vijf dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau, aangevuld met de processen-verbaal van de algemene telling van de provincieraadsverkiezingen, ontvangen van de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus overeenkomstig artikel 162, en, in voorkomend geval, van de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus.

Art. 188.

Een tweede exemplaar van het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau die door de leden eensluidend verklaard is, wordt op de griffie van de provincie voor iedereen ter inzage gelegd.

Het provinciebestuur bezorgt aan iedere kandidaat die erom vraagt een uittreksel uit dat proces-verbaal.

Art. 189.

De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van de opslag, de organisatie en de vernietiging van de stukken.

Deel 4 Na de verkiezingsdag

Titel 1 Verkiezingsuitgaven

HOOFDSTUK 1 Beperking en controle van de verkiezingsuitgaven
Afdeling 1 Uitgaven voor propaganda op gewestelijk vlak
Art. 190.

De uitgaven en de financiële verbintenissen voor verkiezingspropaganda op gewestelijk vlak van de politieke partijen die een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam hebben verkregen met toepassing van titel 13 van deel 2, mogen in totaal niet meer dan 372.000 euro bedragen.

Voor de politieke partijen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, maar die minder dan vijftig lijsten onder hun gemeenschappelijk volgnummer en beschermde lijstnaam voordragen, wordt het bedrag, vermeld in het eerste lid, verminderd tot 340.000 euro.

De bedragen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen door de Vlaamse Regering geïndexeerd worden.

De politieke partijen kunnen campagne voeren met een of meer kandidaten.

Afdeling 2 Uitgaven voor propaganda op lokaal vlak
Art. 191.

§ 1. Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van de lijsten mag voor de gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen per lijst niet meer bedragen dan per schijf :
1° tot 1000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 2,70 euro per ingeschreven kiezer;
2° van 1001 tot 5000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,10 euro per ingeschreven kiezer;
3° van 5001 tot 10.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,80 euro per ingeschreven kiezer;
4° van 10.001 tot 20.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,00 euro per ingeschreven kiezer;
5° van 20.001 tot 40.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,10 euro per ingeschreven kiezer;
6° van 40.001 tot 80.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,20 euro per ingeschreven kiezer;
7° vanaf 80.001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,14 euro per ingeschreven kiezer.

De bedragen, vermeld in het eerste lid, kunnen door de Vlaamse Regering geïndexeerd worden.

§ 2. Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van individuele kandidaten mag voor gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen per kandidaat niet meer bedragen dan per schijf :
1° tot 50.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,080 euro per ingeschreven kiezer, met een minimum van 1250 euro per kandidaat;
2° van 50.001 tot 100.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,030 euro per ingeschreven kiezer;
3° vanaf 100.001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,015 euro per ingeschreven kiezer.

De bedragen, vermeld in het eerste lid, kunnen door de Vlaamse Regering geïndexeerd worden.

§ 3. Als een kandidaat op verschillende lijsten tegelijk kandideert, mogen de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, niet samengeteld worden. Alleen het hoogste maximumbedrag wordt in aanmerking genomen.

Met behoud van de toepassing van het eerste lid mag een kandidaat die tegelijk op een provincielijst en op een of twee andere lijsten kandideert, twee van de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, waaronder dat voor de provincieraadsverkiezingen, samentellen, als hij zich voor die laatste verkiezingen kandidaat stelt in een provinciedistrict waartoe de gemeente waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven, niet behoort.

§ 4. Het aantal op de kiezerslijst ingeschreven kiezers, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 16.

Art. 192.

Uiterlijk veertig dagen voor de verkiezingen of, in geval van buitengewone verkiezingen, uiterlijk de dag van de oproeping van de kiezers, deelt de Vlaamse Regering de maximumbedragen mee die werden berekend overeenkomstig de bepaling van artikel 191, en die mogen worden uitgegeven door de lijsten en de kandidaten voor de verkiezingen van de raden.

Afdeling 3 Uitgaven voor verkiezingspropaganda
Art. 193.

§ 1. Uitgaven voor verkiezingspropaganda zijn alle uitgaven en financiële verbintenissen voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij, een lijst en de kandidaten ervan gunstig te beïnvloeden, en worden verricht tijdens een periode van drie maanden voor de verkiezingen van de raden of, in geval van buitengewone verkiezingen, vanaf de dag van de oproeping van de kiezers.

§ 2. Als uitgaven voor de verkiezingspropaganda, vermeld in paragraaf 1, worden ook de uitgaven beschouwd die gedaan worden door derden voor politieke partijen, lijsten of kandidaten, tenzij die politieke partijen, lijsten of kandidaten de derden onmiddellijk na de kennisneming van de door hen gevoerde campagne, per aangetekende brief ertoe aanmanen de campagne te staken en een afschrift bezorgen van die aangetekende brief, al dan niet vergezeld van het akkoord van de derden tot staking, aan de voorzitter van het verkiezingshoofdbureau. Het afschrift wordt gevoegd bij de door de betrokken partijen, lijsten of kandidaten ingediende aangiften van hun verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen.

§ 3. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda worden niet beschouwd :
1° het verlenen van persoonlijke, niet-bezoldigde diensten, alsook het gebruik van een persoonlijk voertuig;
2° de publicatie in een dagblad of tijdschrift van redactionele artikelen, op voorwaarde dat die publicatie op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de verkiezingsperiode, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding. Bovendien mag het niet gaan om een dagblad of tijdschrift dat speciaal wordt uitgegeven ten behoeve van of met het oog op de verkiezingen en moet de verspreiding en de frequentie van de publicatie dezelfde zijn als buiten de verkiezingsperiode;
3° de uitzending op radio of televisie van programma's met berichten of commentaren, op voorwaarde dat die uitzendingen op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschieden als buiten de verkiezingsperiode, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding;
4° de uitzending of een reeks van uitzendingen op radio of televisie van verkiezingsprogramma's, op voorwaarde dat vertegenwoordigers van de politieke partijen aan die uitzendingen kunnen deelnemen;
5° de kostprijs van periodieke manifestaties, op voorwaarde dat :
a) ze niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd;
b) het om geregelde en telkens terugkerende manifestaties gaat die altijd op dezelfde wijze worden georganiseerd. De periodiciteit ervan wordt beoordeeld hetzij aan de hand van een referentieperiode van twee jaar voor de periode, vermeld in paragraaf 1, waarin de manifestatie in kwestie jaarlijks eenmaal moet hebben plaatsgevonden, hetzij aan de hand van een referentieperiode van vier jaar voor de periode, vermeld in paragraaf 1, waarin de manifestatie in kwestie tweejaarlijks ten minste eenmaal moet hebben plaatsgevonden. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave aangerekend worden;
6° de kostprijs van niet-periodieke manifestaties die voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd en waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, als de uitgaven worden gedekt door de inkomsten, met uitzondering van de inkomsten uit sponsoring, en als het niet om uitgaven voor reclame en uitnodigingen gaat. Als de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil als een verkiezingsuitgave worden aangerekend;
7° de uitgaven die tijdens de verkiezingsperiode worden verricht in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau, meer bepaald voor de organisatie van congressen en partijbijeenkomsten. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave worden aangerekend;
8° de uitgaven voor de aanmaak van internettoepassingen, op voorwaarde dat die aanmaak op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de verkiezingsperiode.

§ 4. De uitgaven en financiële verbintenissen voor goederen, leveringen en diensten die onder de toepassing van paragraaf 1 vallen, moeten tegen de geldende marktprijzen worden verrekend.

Afdeling 4 Verboden of gereglementeerde propagandamiddelen
Art. 194.

Tijdens de drie maanden die aan de datum van de verkiezingen voorafgaan of, in geval van buitengewone verkiezingen, vanaf de dag van de oproeping van de kiezers mogen de politieke partijen, de lijsten en de kandidaten, alsook derden die propaganda voor politieke partijen, lijsten of kandidaten willen maken :
1° geen geschenken of gadgets verkopen of verspreiden;
2° geen commerciële telefooncampagnes voeren;
3° niet gebruikmaken van commerciële reclameborden of affiches;
4° niet gebruikmaken van niet-commerciële reclameborden of affiches die groter zijn dan 4m2;
5° niet gebruikmaken van commerciële reclamespots op radio, televisie en in bioscopen.

Voor dezelfde periode bepaalt de Vlaamse Regering de algemene regels voor het aanbrengen van verkiezingsaffichesen de organisatie van gemotoriseerde optochten.

Afdeling 5 De giften
Art. 195.

§ 1. Alleen natuurlijke personen kunnen giften doen aan politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen. Kandidaten en politieke mandatarissen kunnen ook giften ontvangen van de politieke partij of de lijst waarvoor zij kandideren of waarvoor zij een mandaat bekleden. Componenten mogen ook giften ontvangen van hun politieke partij en omgekeerd.

Met behoud van de toepassing van het eerste lid zijn giften vanwege natuurlijke personen die feitelijk optreden als tussenpersonen van rechtspersonen of feitelijke verenigingen, verboden.

De identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer, in welke vorm ook, doen aan politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen, wordt door de begunstigden jaarlijks geregistreerd. Politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen mogen vanwege dezelfde natuurlijke persoon jaarlijks elk maximaal 500 euro, of de tegenwaarde daarvan, als gift ontvangen. De schenker mag jaarlijks in het totaal maximaal 2000 euro, of de tegenwaarde daarvan, besteden aan giften ten voordele van politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen. De afdrachten van politieke mandatarissen aan hun politieke partij, in welke vorm ook, worden niet als giften beschouwd.

De prestaties die rechtspersonen, natuurlijke personen of feitelijke verenigingen kosteloos of onder de reële kost verlenen, worden, net als de ter beschikking gestelde kredietlijnen die niet moeten worden terugbetaald, met giften gelijkgesteld. Prestaties die door een politieke partij of een kandidaat klaarblijkelijk boven de marktprijs zijn aangerekend, worden ook als giften van rechtspersonen, natuurlijke personen of feitelijke verenigingen beschouwd.

§ 2. De politieke partij die in strijd met de bepalingen, vermeld in paragraaf 1, een gift aanvaardt, verliest, ten belope van het dubbele van het bedrag van de gift, het recht op de dotatie die krachtens artikel 9 van het reglement van 23 februari 2005 van het Vlaams Parlement door de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven zou worden toegekend tijdens de maanden die volgen op de vaststelling van de niet-naleving.

Wie in strijd met de bepaling, vermeld in paragraaf 1, een gift doet aan een politieke partij, aan één van haar componenten, ongeacht de rechtsvorm ervan, aan een lijst, een kandidaat of een politiek mandataris, of wie als kandidaat of als politiek mandataris een gift aanvaardt, wordt gestraft met een geldboete van 26 tot 100.000 euro. Wie zonder kandidaat of politiek mandataris te zijn een dergelijke gift aanvaardt in naam of voor rekening van een politieke partij, een lijst, een kandidaat of een politiek mandataris, wordt met dezelfde sanctie bestraft.

Het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing op de bovenvermelde misdrijven.

Het vonnis kan op bevel van de rechtbank geheel of bij uittreksel opgenomen worden in de dag- en weekbladen die ze heeft aangeduid.

Afdeling 6 De aangifte en controle van de uitgaven
Onderafdeling 1 Uitgaven van de politieke partijen
Art. 196.

§ 1. De politieke partijen die een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam hebben verkregen met toepassing van titel 13 van deel 2, geven binnen dertig dagen na de verkiezingen hun verkiezingsuitgaven aan bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de nationale zetel van de partij gevestigd is. Bij de aangifte van de uitgaven wordt een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen gevoegd, waarbij de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan, geregistreerd wordt.

§ 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de door de politieke partij gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld.

Art. 197.

§ 1. De voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, vermeld in artikel 196, maken een verslag op van de verkiezingsuitgaven van de politieke partijen.

§ 2. De verslagen worden binnen zestig dagen na de verkiezingen in vier exemplaren opgemaakt. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in artikel 196, bewaart twee exemplaren. De overige twee exemplaren worden bezorgd aan de voorzitter van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven.

Het verslag wordt opgesteld op de daartoe bestemde formulieren, die door de Vlaamse Regering ter beschikking worden gesteld.

Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de zestigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in artikel 196, gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd.

De opmerkingen op de verslagen worden door de voorzitters aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven bezorgd.

Art. 198.

Na onderzoek van de verslagen en van de opmerkingen die overeenkomstig artikel 197 werden ingediend, doet de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven op tegenspraak en uiterlijk negentig dagen nadat ze alle verslagen ontvangen heeft, uitspraak over de juistheid en volledigheid van elk verslag.

Het eindverslag van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven vermeldt :
1° per politieke partij het totaalbedrag van de verkiezingsuitgaven ten voordele van die partij;
2° elke overtreding van artikel 190 en 194, die aan de politieke partij toegerekend kan worden.

De voorzitter van het Vlaams Parlement stuurt het eindverslag van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven onverwijld naar het Belgisch Staatsblad, die het binnen dertig dagen na ontvangst in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad bekendmaakt.

§ 4. De Controlecommissie Verkiezingsuitgaven controleert de registraties, vermeld in artikel 196.

Onderafdeling 2 Uitgaven van de lijsten en de kandidaten
Art. 199.

§ 1. De lijsttrekker of de daartoe door de lijsttrekker gemandateerde persoon geeft binnen dertig dagen na de verkiezingen de verkiezingsuitgaven van de lijst en van elke kandidaat aan bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin naargelang het geval de gemeente, het stadsdistrict of het provinciedistrict gelegen is. Bij de aangifte van de uitgaven wordt een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen gevoegd, waarbij de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan, geregistreerd wordt.

§ 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de lijsttrekker of door de daartoe door de lijsttrekker gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld.

§ 3. De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen gedurende vijftien dagen op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, ter inzage gelegd.

§ 4. De griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, bewaart de aangiften gedurende honderdtwintig dagen na de verkiezingen en bezorgt ze of een kopie ervan aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen als ze daarom verzoekt.

Als geen enkele klacht of bezwaar werd ingediend, als vermeld in artikel 201 en 203, kunnen de aangiften door de kandidaten afgehaald worden gedurende drie maanden na de periode, vermeld in het eerste lid.

HOOFDSTUK 2 Sancties
Afdeling 1 Politieke sancties
Art. 200.

Als de aangifte, vermeld in artikel 196, niet wordt ingediend, en bij overtreding van de verbodsbepalingen, vermeld in artikel 194, of bij overschrijding van het toegestane maximumbedrag, vermeld in artikel 190, en als die feiten aan de politieke partij toerekenbaar zijn, verliest de betrokken politieke partij gedurende de daaropvolgende periode die de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven bepaalt en die ten minste één en ten hoogste vier maanden duurt, het recht op de dotatie, vermeld in artikel 9 van het reglement van 23 februari 2005 van het Vlaams Parlement.

Afdeling 2 Strafrechtelijke sancties
Art. 201.

§ 1. Met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro, of met één van die straffen alleen, wordt gestraft :
1° iedereen die geen aangifte van zijn verkiezingsuitgaven of van de herkomst van de geldmiddelen heeft gedaan binnen dertig dagen na de verkiezingen;
2° iedereen die voor kiespropaganda met opzet uitgaven doet of verbintenissen aangaat die de maximumbedragen overschrijden, vermeld in artikel 191, § 2 en § 3;
3° iedereen die tijdens de drie maanden voor de datum van de verkiezingen, de bepalingen van artikel 194 niet naleeft;
4° de lijsttrekker die met opzet uitgaven doet of verbintenissen aangaat voor verkiezingspropaganda die de maximumbedragen overschrijden, vermeld in artikel 191, § 2 en § 3;
5° de lijsttrekker die niet beschikt over een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam, en die uitgaven verricht voor verkiezingspropaganda op gewestelijk vlak.

§ 2. Elke inbreuk, vermeld in paragraaf 1, kan worden vervolgd, hetzij op initiatief van de procureur des Konings, hetzij op grond van de klacht van een persoon die van enig belang doet blijken.

De procureur des Konings neemt geen anonieme klachten in aanmerking.

§ 3. De termijn voor de uitoefening van het initiatiefrecht van de procureur des Konings en voor de indiening van klachten met betrekking tot de overtredingen, vermeld in paragraaf 1, verstrijkt honderdtwintig dagen na de verkiezingen.

De procureur des Konings zendt binnen acht dagen na de indiening van de klachten een kopie aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, alsook aan de personen tegen wie de klacht is ingediend.

De procureur des Konings brengt de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen binnen dezelfde termijn op de hoogte van zijn beslissing om vervolging in te stellen met betrekking tot de feiten, vermeld in paragraaf 1.

§ 4. Iedereen die een klacht heeft ingediend of een vordering heeft ingesteld die ongegrond blijkt en waarvan vaststaat dat hij die heeft ingediend of ingesteld met het oogmerk te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 euro.

§ 5. De procureur des Konings kan met het oog op de vervolging, vermeld in paragraaf 2, aan een individuele kandidaat vragen alle inlichtingen te verstrekken over de herkomst van de gelden die voor de financiering van zijn verkiezingscampagne zijn aangewend.

Titel 2 Verkiezingsbetwistingen

HOOFDSTUK 1 Bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Afdeling 1 Oprichting van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Art. 202.

In iedere provincie wordt een Raad voor Verkiezingsbetwistingen opgericht.

De Raad zetelt op de plaats die door de voorzitter van de Raad wordt bepaald.

Afdeling 2 Bevoegdheid van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Art. 203.

De Raad spreekt zich als administratief rechtscollege uit over :
1° de bezwaren tegen de verkiezing;
2° de bezwaren op grond van de schending van de regelgeving inzake de verkiezingsuitgaven door kandidaten en lijsttrekkers.

Bij ontstentenis van bezwaren gaat de Raad alleen de juistheid na van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde waarin de raadsleden en opvolgers gekozen zijn verklaard. Hij wijzigt, in voorkomend geval, als administratief rechtscollege ambtshalve de zetelverdeling en de rangorde.

Art. 204.

De Raad kan de verkiezing alleen geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaren op grond van een bezwaar. De verkiezing kan door de Raad alleen geheel of gedeeltelijk ongeldig worden verklaard op grond van onregelmatigheden die de zetelverdeling tussen de verschillende lijsten kunnen beïnvloeden.

De gehele ongeldigverklaring van de verkiezing heeft tot gevolg dat de verkiezingen ab initio moeten hernomen worden met toepassing van de bepalingen opgenomen in dit decreet. Wanneer de Raad voor Verkiezingsbetwistingen oordeelt dat de verkiezingen gedeeltelijk worden vernietigd, duidt zij de bepalingen aan van dit decreet die bij de herverkiezing opnieuw moeten worden uitgevoerd.

De stembiljetten mogen alleen worden onderzocht als de met toepassing van artikel 110 tot en met 113, aangewezen getuigen aanwezig of althans behoorlijk opgeroepen zijn. De enveloppen die de stembiljetten bevatten, worden na het onderzoek opnieuw verzegeld in hun bijzijn en door hun toedoen.

Met behoud van de toepassing van artikel 208, § 1, tweede lid, is de uitslag van de verkiezing, zoals hij door het hoofdbureau is afgekondigd, definitief vijfenzeventig dagen na de dag van de verkiezingen.

Art. 205.

§ 1. Een verkozen kandidaat die de bepalingen van artikel 191, § 2 en § 3, artikel 194 of artikel 199, niet naleeft, wordt geschorst in de uitoefening van zijn mandaat voor een periode van maximaal drie maanden, of wordt definitief van zijn mandaat vervallen verklaard.

§ 2. Het mandaat van een lijsttrekker die de bepalingen van artikel 191, § 1, artikel 194 of artikel 199, niet naleeft, wordt voor een periode van maximum drie maanden in de uitoefening van zijn mandaat geschorst, of wordt definitief van zijn mandaat vervallen verklaard.

§ 3. De schorsing en de vervallenverklaring treden in werking nadat ze gezag van gewijsde hebben gekregen.

De schorsing treedt ten vroegste in werking na de eedaflegging als raadslid. Voor de duur van de schorsing verkeert het raadslid in een staat van verhindering, als vermeld in artikel 14 van het Gemeentedecreet.

Het raadslid dat van zijn mandaat vervallen is verklaard, wordt in de gemeenteraad vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen.

Afdeling 3 Samenstelling van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Art. 206.

§ 1. De Raad bestaat uit een voorzitter, twee raadsleden en drie plaatsvervangers.

Zij worden benoemd voor een periode van zes jaar, die ingaat op 1 maart van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden. Die periode is hernieuwbaar.

§ 2. Niemand kan tot voorzitter of raadslid worden benoemd tenzij hij zijn deskundigheid kan aantonen op het vlak van publiek recht, politieke wetenschappen of bestuurswetenschappen.

De volgende personen mogen geen deel uitmaken van de Raad :
1° de personen die in een periode van tien jaar voor hun benoeming lid zijn geweest van of zich kandidaat hebben gesteld voor de verkiezing van :
a) de Kamer van Volksvertegenwoordigers;
b) de Senaat;
c) het Europees Parlement;
d) het Vlaams Parlement;
e) een gemeente-, provincie- of stadsdistrictsraad;
f) een OCMW-raad;
2° de provinciegouverneurs en de arrondissementscommissarissen;
3° de staatsraden en auditeurs van de Raad van State.

§ 3. De Vlaamse Regering maakt de oproep tot de kandidaten bekend in het Belgisch Staatsblad. De kandidaturen worden op straffe van onontvankelijkheid per aangetekende zending bezorgd aan de Vlaamse Regering binnen een termijn van één maand na de bekendmaking.

§ 4. De kandidaten worden getoetst aan de uitsluitingscriteria, vermeld in paragraaf 2. De kandidaten worden beoordeeld aan de hand van een vergelijking van hun curriculae, aangevuld met een interview met de best gerangschikte kandidaten. De Vlaamse Regering kan zich tijdens de benoemingsprocedure laten bijstaan door Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger.

§ 5. De Vlaamse Regering benoemt de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de raadsleden en de plaatsvervangende raadsleden. Zij nemen hun ambt op nadat zij in handen van de provinciegouverneur de volgende eed hebben afgelegd : "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen.".

De leden van de raad moeten komen uit verschillende gemeenten. Niemand kan zitting hebben in een verkiezingsgeschil dat betrekking heeft op de gemeente waar hij woont. Een lid van de raad kan evenmin zitting hebben indien hij of zij bloed- of aanverwant is tot in de vierde graad van één van de kandidaten betrokken bij de verkiezingen waarover het geschil gaat. In beide gevallen dient het lid zich te laten vervangen. De leden mogen vanaf het ogenblik dat er een klacht aanhangig is gemaakt, individueel niemand van de betrokken partijen horen.

§ 6. De Vlaamse Regering mag aan de leden van de Raad op geen enkele wijze enige instructie geven over de wijze waarop zij hun bevoegdheid uitoefenen.

§ 7. De voorzitter en de leden van de Raad ontvangen een forfaitaire vergoeding per zitting van de Raad. Het bedrag wordt door de Vlaamse Regering vastgesteld.

De voorzitter en de leden van de Raad maken aanspraak op de terugbetaling van reis-en verblijfkosten volgens de regeling die geldt binnen de Vlaamse administratie.

§ 8. De leden kunnen op ieder ogenblik ontslag nemen. De Vlaamse Regering kan een lid alleen ontslaan in geval van grove nalatigheid of kennelijk wangedrag.

Tot in hun vervanging is voorzien, blijven de leden hun functie uitoefenen, behoudens in geval van een door de Vlaamse Regering gegeven ontslag.

§ 9. Het secretariaat van de Raad wordt georganiseerd onder leiding van de provinciegouverneur of de arrondissementscommissaris die hij daartoe heeft aangeduid. Die wordt in zijn taak bijgestaan door het personeel dat hem daartoe ter beschikking gesteld wordt.

Afdeling 4 Procedure van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Art. 207.

Alleen de kandidaten zijn gerechtigd bij de Raad bezwaar in te dienen tegen de verkiezing en tegen de verkiezingsuitgaven die werden gedaan door de lijsttrekkers en de kandidaten.

Het bezwaar wordt ingesteld bij wijze van verzoekschrift.

Art. 208.

§ 1. Het bezwaar moet binnen een termijn van dertig dagen worden ingediend, te rekenen van de dagtekening van het proces-verbaal van de verkiezingen.

Een nieuwe termijn van vijftien dagen wordt geopend met ingang van de datum van de uitspraak van de definitieve veroordeling, gesteund op een klacht die is ingediend op grond van artikel 201.

§ 2. Het bezwaar wordt tegen ontvangstbewijs overhandigd aan de voorzitter van de Raad of zijn gemachtigde of aangetekend via de post verzonden.

§ 3. Het bezwaar vermeldt :
1° de naam en de woonplaats van de verzoeker. Als de verzoeker woonplaatskeuze doet bij zijn raadsman, wordt dat in het verzoekschrift aangegeven;
2° de handtekening van de verzoeker of zijn raadsman;
3° de naam en de woonplaats van de bezwaarde;
4° de datum van het verzoekschrift;
5° het voorwerp van het bezwaar, met inbegrip van een feitelijke omschrijving van de ingeroepen argumenten.

Art. 209.

Het bezwaar is onontvankelijk als het niet voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 207 en 208.

Een onontvankelijk verzoekschrift kan gedurende de bezwaartermijn worden vervangen door een nieuw verzoekschrift.

Art. 210.

De verzoeker kan aan het verzoekschrift de overtuigingsstukken toevoegen die hij nodig acht. De verzoeker kan naderhand alleen aanvullende overtuigingsstukken aan het dossier laten toevoegen, als die de verzoeker nog niet bekend waren bij de opmaak van het verzoekschrift. De verzoeker bezorgt in dat geval onverwijld een kopie van de aanvullende overtuigingsstukken aan de Raad. De overtuigingsstukken worden door de verzoeker gebundeld en geïnventariseerd.

Het secretariaat van de Raad neemt elk bezwaar en het aantal overtuigingsstukken en aanvullende overtuigingsstukken op in een register.

Art. 211.

Iedereen die een bezwaar heeft ingediend dat ongegrond blijkt en waarvan vaststaat dat het is ingediend met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 euro.

Art. 212.

In alle gevallen waarin de Raad optreedt :
1° geschiedt de behandeling schriftelijk;
2° kan de Raad te allen tijde partijen oproepen en horen;
3° voert de Raad rechtstreeks briefwisseling met de aan zijn rechtsmacht onderworpen overheden en besturen. De Raad is gerechtigd over de zaken waarover hij zich uit te spreken heeft, door die overheden en besturen alle bescheiden en inlichtingen te laten overleggen;
4° wordt het bezwaar behandeld op tegenspraak. Partijen en hun advocaten zijn gerechtigd op het secretariaat van de Raad inzage te nemen in het dossier en een memorie in te dienen;
5° beveelt de Raad, als er aanleiding is tot getuigenverhoor, dat het wordt afgenomen hetzij op de terechtzitting, hetzij door degene van zijn leden die hij daartoe aanstelt, overeenkomstig artikel 25, tweede tot en met vijfde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
6° is de terechtzitting openbaar, tenzij dat gevaar kan opleveren voor de openbare orde of de goede zeden. In dat geval wordt dat door de Raad bij gemotiveerde beslissing verklaard
7° wordt op de terechtzitting door een lid van de Raad een uiteenzetting van de zaak gegeven, waarna partijen en hun advocaten hun mondelinge opmerkingen naar voren kunnen brengen;
8° wordt iedere tussen- of eindbeslissing met redenen omkleed en wordt ze uitgesproken in openbare terechtzitting; die beslissing vermeldt de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden.

Art. 213.

De Raad doet uitspraak over de bezwaren. De uiteenzetting van de zaak door een lid van de Raad en de uitspraak van de beslissing geschieden in openbare vergadering. De beslissing is gemotiveerd en vermeldt de naam van de verslaggever en de namen van de aanwezige leden, alles op straffe van nietigheid. De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de leden van de Raad.

De Raad doet uitspraak binnen veertig dagen na de indiening van het bezwaar. Als binnen die termijn geen uitspraak is gedaan, wordt het bezwaar als verworpen beschouwd en is de uitslag van de verkiezing, zoals die door het hoofdstembureau is afgekondigd, definitief, met behoud van de toepassing van artikel 208, § 1, tweede lid.

Art. 214.

Het secretariaat van de Raad geeft binnen drie dagen kennis van de beslissing van de Raad of van het uitblijven van enige beslissing binnen de voorgeschreven termijn aan de betreffende gemeente-, stadsdistricts- of provincieraad. De bezwaarden worden hiervan per aangetekende brief op de hoogte gebracht. Bovendien wordt :
1° indien de verkiezing geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaard is, van de beslissing van de Raad op dezelfde wijze kennis gegeven aan de twee aftredende raadsleden, vermeld in artikel 69, of aan de drie ondertekenaars, vermeld in artikel 70;
2° van de beslissing waarbij de Raad, al dan niet uitspraak doende op een bezwaar, de zetelverdeling tussen de lijsten, de rangorde van de gekozen raadsleden of die van de opvolgers wijzigt, op dezelfde wijze kennis gegeven aan de gekozen raadsleden, die hun hoedanigheid van gekozene verliezen, en aan de gekozen opvolgers, die hun rang van eerste of tweede opvolger verliezen.

Van de beslissing van de Raad waarbij de verkiezingen geheel of gedeeltelijk ongeldig worden verklaard of de zetelverdeling wordt gewijzigd, wordt tegelijkertijd naar de eerste voorzitter van de Raad van State een eensluidend verklaard afschrift van de uitspraak, van het administratief dossier en van de procedurestukken gestuurd.

Binnen acht dagen nadat is kennisgegeven van de beslissingen van de Raad, kunnen de betrokkenen op het secretariaat van de Raad inzage nemen in het dossier.

Art. 215.

§ 1. Behoudens in de gevallen vermeld in dit decreet, bedraagt de termijn voor het instellen van bezwaar bij de Raad dertig dagen.

§ 2. Artikel 207 tot en met 214 zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezing en benoeming van de schepenen, vermeld in artikel 45 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, met dien verstande dat alleen de gemeenteraadsleden een bezwaar mogen indienen en dat een termijn van dertig dagen begint te lopen vanaf de installatievergadering van de gemeenteraad na de algehele vernieuwing ervan.

§ 3. Bij gebrek aan opvolgers wordt in een of meer vacatures in de gemeenteraad of de stadsdistrictsraad voorzien. De aanwijzing van de verkozenen geschiedt overeenkomstig artikel 219, 2°, of titel 5 van deel 3.

Als bij de verkiezing van het te vervangen raadslid kandidaten van dezelfde lijst met toepassing artikel 169 of 175, tot opvolger zijn gekozen, treedt degene die volgens dit artikel de eerste opvolger is, in functie, na onderzoek van zijn geloofsbrieven.

Als er bezwaren worden ingediend tegen de beslissing van de raad of tegen zijn weigering om de opvolger aan te stellen als gemeenteraadslid, doet de Raad voor Verkiezingsbetwistingen uitspraak met toepassing van artikel 204, tweede lid, 212 en 213.

De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak binnen veertig dagen, te rekenen vanaf de dag waarop het bezwaarschrift bij de Raad is aangekomen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de betrokken opvolger en, in voorkomend geval, van degenen die bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bezwaren hebben ingediend. Zij kunnen bij de Raad van State beroep instellen binnen acht dagen na de kennisgeving.

Het nieuwe raadslid voleindigt het mandaat van zijn voorganger.

HOOFDSTUK 2 Beroepsprocedure bij de Raad van State
Art. 216.

Zij die in kennis moeten worden gesteld van de beslissing van de Raad, kunnen binnen acht dagen na de kennisgeving inzage nemen in het dossier op het secretariaat van de Raad en binnen diezelfde termijn beroep instellen bij de Raad van State.

De Raad van State doet uitspraak binnen een termijn van zestig dagen. De verkiezing kan door de Raad van State alleen geheel of gedeeltelijk ongeldig worden verklaard op grond van onregelmatigheden die de zetelverdeling tussen de verschillende lijsten kunnen beïnvloeden.

De gehele ongeldigverklaring van de verkiezing heeft tot gevolg dat de verkiezingen ab initio moeten hernomen worden met toepassing van de bepalingen opgenomen in dit decreet. Wanneer de Raad van State oordeelt dat de verkiezingen gedeeltelijk worden vernietigd, duidt zij de bepalingen aan van dit decreet die bij de herverkiezing opnieuw moeten worden uitgevoerd.

Het raadslid dat door de Raad van State van zijn mandaat vervallen is verklaard, overeenkomstig artikel 205, wordt in de gemeenteraad vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen.

Het beroep bij de Raad van State is niet opschortend, behoudens als het beroep gericht is tegen een beslissing van de Raad die een gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring van de verkiezingen of een wijziging in de zetelverdeling inhoudt.

Als vóór de uitspraak van de Raad van State de Vlaamse Regering de burgemeester van de betreffende gemeente benoemt, heeft die benoeming uitwerking vanaf de betekening van het arrest van de Raad van State dat de verkiezingen niet geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaart of de zetelverdeling niet wijzigt.

Art. 217.

Het arrest van de Raad van State wordt door de zorg van de griffie onmiddellijk ter kennis gebracht van de provinciegouverneur, de voorzitter van de raad en van de betreffende gemeente-, stadsdistricts- of provincieraad.

Titel 3 Buitengewone verkiezingen

Art. 218.

§ 1. In de volgende gevallen worden buitengewone verkiezingen georganiseerd :
1° bij gebrek aan één of meerdere opvolgers;
2° in de gevallen, vermeld in artikel 297, § 3, en artikel 298, § 2, tweede lid, van het Gemeentedecreet;
3° bij gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring van de verkiezingen door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen overeenkomstig artikel 204, of door de Raad van State, overeenkomstig artikel 216.

§ 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1,1°, kan krachtens een beslissing van de betrokken raad of krachtens een besluit van de Vlaamse Regering een buitengewone verkiezing gehouden worden om te voorzien in de opengevallen plaatsen binnen vijftig dagen na de beslissing van de betrokken raad of het besluit van de Vlaamse Regering. Die termijn loopt niet tijdens de maanden juli en augustus. De verkiezing heeft altijd plaats op een zondag.

Het college van burgemeester en schepenen maakt de kiezerslijst op op de datum van de beslissing van de betrokken raad of van het besluit van de Vlaamse Regering.

§ 3. In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden bij besluit van de Vlaamse Regering de kiezers uit de samengevoegde gemeenten of uit het overblijvende gedeelte van de gemeente bijeengeroepen binnen vijftig dagen na de beslissing van het Vlaams Parlement tot samenvoeging of opsplitsing van de gemeente.

§ 4. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 3°, moet binnen vijftig dagen vanaf het versturen van de kennisgeving van de beslissing tot gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 of 216, een buitengewone verkiezing worden gehouden. De betrokken raad bepaalt de datum van de verkiezingen.

Op de datum van de verzending van de kennisgeving van de beslissing tot ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 of 216, maakt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst op, tenzij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State, op grond van een gedeeltelijke vernietiging van de verkiezing, oordeelt dat de kiezerslijst niet opnieuw moet worden opgemaakt.

§ 5. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst is opgemaakt, exemplaren of kopieën daarvan te overhandigen aan de personen, bedoeld in artikel 20, 21 en 24 tot en met 26.

Art. 219.

De bepalingen vermeld in dit decreet zijn van toepassing op de buitengewone verkiezingen, met dien verstande dat :
1° de voorzitters en de leden van de stembureaus door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of in voorkomend geval door de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau uit de gemeenteraadskiezers benoemd worden, zoals bepaald in artikel 37, § 2, vierde lid;
2° als er niet meer dan één raadslid te verkiezen is, de kandidaat die de meeste stemmen heeft verkregen, gekozen verklaard wordt. Bij gelijk stemmenaantal is de jongste gekozen;
3° wanneer evenwel bij de provincieraadsverkiezingen in verscheidene provinciedistricten van een zelfde provinciaal kiesarrondissement de in artikel 101 bedoelde lijstenverbinding heeft plaatsgehad en wanneer de gronden van nietigverklaring van de verkiezing in één van de provinciedistricten geen twijfel kunnen doen rijzen omtrent de nauwkeurigheid en de echtheid van de in de andere provinciedistricten opgetekende uitslagen, de verkiezingen in deze provinciedistricten geldig verklaard kunnen worden met betrekking tot de zetels, die bij de eerste verdeling zijn toegekend overeenkomstig artikel 181, § 1, en voor de bij de tweede verdeling toegekende zetels, overeenkomstig artikel 181, § 2 tot en met § 4, de beslissing tot geldigverklaring aangehouden kan worden tot na de nieuwe verkiezingen die moeten worden gehouden in het provinciedistrict waar de verkiezing nietig verklaard is.

De verklaringen tot lijstenverbinding, bij de eerste verkiezing op geldige wijze gedaan, blijven bij de nieuwe verkiezing gelden voor de lijsten waarvan de samenstelling niet veranderd is. Zij worden dus niet vernieuwd en er mogen geen nieuwe worden aanvaard.

Na de nieuwe verkiezing verdeelt het provinciaal hoofdbureau de zetels, zoals bepaald in artikel 177, 178 en 181, zowel met betrekking tot het provinciedistrict waar de nieuwe verkiezing heeft plaatsgehad, alsook met betrekking tot de provinciedistricten waar aanvullende zetels toe te kennen blijven.

Art. 220.

Artikel 74 is niet van toepassing op de buitengewone verkiezingen, bedoeld in artikel 218, § 1, 1°.

Deel 5 Algemene bepalingen

Titel 1 Strafbepalingen

HOOFDSTUK 1 Algemene strafbepalingen
Art. 221.

Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, rechtstreeks of onrechtstreeks, zelfs bij wijze van weddenschap, hetzij geld, waarden of enig voordeel, hetzij steun geeft, aanbiedt of belooft onder voorwaarde van stemverlening, stemonthouding of verlening van volmacht als vermeld in titel 11 van deel 2, dan wel op voorwaarde dat de verkiezing een bepaalde uitslag oplevert.

Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die het aanbod of de belofte aanneemt.

Art. 222.

Met de straffen, vermeld in artikel 221, wordt gestraft hij die onder de voorwaarden, vermeld in artikel 221, een aanbod of belofte van een openbare of particuliere betrekking doet of aanneemt.

Art. 223.

Met straffen, vermeld in artikel 221, wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een kiezer tot stemonthouding over te halen of op zijn stemming invloed uit te oefenen, zich jegens hem schuldig maakt aan feitelijkheden, gewelddaden of bedreigingen, of hem doet vrezen voor het verlies van zijn betrekking of voor een nadeel ten opzichte van zijn persoon, zijn familie of zijn vermogen.

Art. 224.

Met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro wordt gestraft hij die aan kiezers, onder voorwendsel van reis- of verblijfsvergoeding, een som geld of enige waarde geeft, aanbiedt of belooft.

De straf, vermeld in het eerste lid, wordt ook opgelegd aan de persoon die ter gelegenheid van een verkiezing aan kiezers eetwaren of drank geeft, aanbiedt of belooft. Dezelfde straf wordt ook opgelegd aan de kiezer die een gift, aanbod of belofte aanneemt.

Herbergiers, drankslijters of andere handelaars zijn niet ontvankelijk om in rechte betaling te vorderen van verbruikerskosten die ter gelegenheid van de verkiezing gemaakt zijn.

Art. 225.

Als dader van de wanbedrijven, vermeld in artikel 221 tot en met 224, wordt gestraft hij die geld geeft om ze te plegen, wetend waarvoor het moet dienen, of opdracht geeft om in zijn naam het aanbod, de belofte of de bedreiging te doen.

Art. 226.

Als de schuldige in de gevallen, vermeld in artikel 221 tot en met 225, een openbaar ambtenaar is, wordt het maximum van de straf uitgesproken en kunnen de gevangenisstraf en de geldboete verdubbeld worden.

Art. 227.

Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft elk lid of elke bediende van een onderstandscommissie of liefdadigheidscomité, elk lid of elke bediende van een openbaar liefdadigheidsbestuur, die aan een of meer behoeftigen, al dan niet rechtstreeks, blijvende, tijdelijke of buitengewone steun aanbiedt, belooft of geeft onder voorwaarde van stemverlening of stemonthouding.

Het eerste lid geldt voor leden of bedienden vermeld in het eerste lid, die enige steunverlening ontzeggen of schorsen omdat de behoeftige weigert op zijn stemming invloed te laten uitoefenen of zich van stemming te onthouden.

Hij die, onder bedreiging in een bepaalde zin te stemmen, steun of steunverhoging vraagt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.

Art. 228.

Hij die personen, zelfs ongewapende, aanwerft, bijeenbrengt of opstelt om de kiezers vrees aan te jagen of de orde te verstoren, wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.

Zij die bewust van aldus opgerichte benden of groepen deel uitmaken, worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

Art. 229.

Zij die door samenscholing, geweld of bedreiging een of meer burgers beletten hun politieke rechten uit te oefenen, worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.

Art. 230.

Zij die met geweld binnendringen of proberen binnen te dringen in een kiescollege om de kiesverrichtingen te belemmeren, worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro.

Als de stemming geschonden wordt, wordt het maximum van de straffen, vermeld in het eerste lid, uitgesproken en kunnen deze verdubbeld worden.

Als de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met een gevangenisstraf van eenjaar tot driejaar en met een geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro, in het tweede geval met opsluiting van vijf tot tien jaar en met een geldboete van drieduizend euro tot vijfduizend euro.

Art. 231.

Als de feiten gepleegd worden door opgerichte benden of groepen als vermeld in artikel 228, worden zij die de daarvan deel uitmakende personen aangeworven, bijeengebracht of opgesteld hebben, gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van honderd euro tot duizend euro.

Art. 232.

Als daders worden gestraft zij die hetzij door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, hetzij door woorden of kreten in openbare bijeenkomsten of plaatsen, hetzij door aangeplakte plakkaten, hetzij door al dan niet gedrukte geschriften die verkocht of rondgedeeld zijn, het plegen van de feiten, vermeld in artikel 229 en 230, rechtstreeks hebben uitgelokt.

Als de uitlokking zonder gevolg is gebleven, worden ze gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.

Art. 233.

Leden van een kiescollege die zich gedurende de vergadering schuldig maken aan smaad of geweld, hetzij tegen het stembureau, hetzij tegen een van de leden ervan of tegen een van de getuigen, of die door feitelijkheden of bedreigingen de kiesverrichtingen vertragen of verhinderen, worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met een geldboete van honderd euro tot duizend euro.

Als de stemming geschonden wordt, wordt het maximum van de straffen, vermeld in het eerste lid, uitgesproken en kunnen deze verdubbeld worden.

Als de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro, in het tweede geval met opsluiting van vijf tot tien jaar en met een geldboete van drieduizend euro tot vijfduizend euro.

Art. 234.

Als schuldig aan valsheid in private geschriften worden gestraft zij die de handtekening van iemand anders of van verdachte personen plaatsen op akten van kandidaatstelling of van getuigenaanwijzing.

Art. 235.

Hij die, met het oogmerk om zich op een kiezerslijst te doen inschrijven, bewust valse verklaringen aflegt of schijnakten overlegt, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

Met de straf, vermeld in het eerste lid, wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een burger op deze lijsten te doen inschrijven of schrappen, bewust dezelfde kunstgrepen aanwendt.

Vervolging kan echter maar worden ingesteld als de vraag tot inschrijving of schrapping verworpen is bij een definitief geworden beslissing die gegrond is op bedroginhoudende feiten.

Die beslissingen van de colleges van burgemeester en schepenen of van de hoven van beroep, alsook de desbetreffende stukken en inlichtingen, worden door de provinciegouverneur doorgestuurd naar het openbaar ministerie, dat ze ook ambtshalve kan eisen.

De vervolging verjaart door verloop van drie volle maanden na de beslissing.

Art. 236.

Hij die in enigerlei hoedanigheid met het voorbereiden of het opmaken van de kiezerslijsten belast is en, met het oogmerk om een kiezer te doen schrappen, bewust gebruikmaakt van stukken of bescheiden die hetzij door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, hetzij valselijk opgemaakt zijn, of die opzettelijk, met hetzelfde oogmerk, de gegevens van de stukken of bescheiden die voor de opmaak van de lijsten kunnen dienen, door verandering, toevoeging of weglating onjuist overneemt op de kiezerslijsten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro. Als het wanbedrijf wordt gepleegd om aan een burger kiesrecht te verschaffen, is de gevangenisstraf acht dagen tot een maand en de geldboete vijftig euro tot vijfhonderd euro.

Voor de misdrijven, vermeld in het eerste lid, begint de verjaring van zes maanden, vermeld in artikel 246, pas te lopen op de dag dat de kiezerslijsten en de desbetreffende stukken aan de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar verstuurd zijn. Dit geldt, onverminderd de toepassing van artikel 196, tweede lid, van het Algemeen Kieswetboek, voor wat betreft Voeren.

Art. 237.

Ieder lid van een college van burgemeester en schepenen en ieder gemeenteraadslid dat bij de uitoefening van de rechtsmacht in kieszaken in zijn verslag ten onrechte hetzij een aanvraag tot inschrijving op de lijsten doet verwerpen, hetzij de inschrijving of schrapping van een kiezer doet bevelen en daarvoor stukken of bescheiden inroept of gebruikt, hoewel hij weet dat ze door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, of dat ze valselijk opgemaakt zijn of denkbeeldig zijn, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.

Vervolging kan alleen worden ingesteld, als op beroep tot inschrijving of schrapping van de kiezer een definitief geworden beslissing is gewezen die gegrond is op bedroginhoudende feiten.

De verjaring, vermeld in artikel 246, begint te lopen vanaf deze beslissing.

Art. 238.

Met een gevangenisstraf van drie maanden tot vijfjaar en met een geldboete van duizend euro tot twintigduizend euro, of met één van die straffen alleen, wordt gestraft degene die als dader, mededader of medeplichtige, met schending van artikel 20, hetzij exemplaren of afschriften van de kiezerslijst heeft afgegeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen, hetzij die exemplaren heeft meegedeeld aan derden na ze regelmatig te hebben ontvangen, hetzij van de gegevens uit de kiezerslijst heeft gebruikgemaakt voor andere doeleinden dan verkiezingsdoeleinden.

De straffen die de medeplichtigen van de strafbare feiten, vermeld in het eerste lid, oplopen, mogen niet meer bedragen dan twee derde van de straffen die aan hen zouden zijn opgelegd als zij de dader van die strafbare feiten waren.

Art. 239.

Namaak van stembiljetten wordt bestraft als valsheid in openbare geschriften.

Art. 240.

De voorzitter, de bijzitter en de plaatsvervangende bijzitter van een telbureau en de voorzitter, de bijzitter of de plaatsvervangende bijzitter van een stembureau die binnen de bepaalde tijd de reden van zijn verhindering niet opgeeft, of die zonder wettige reden nalaat het hem opgedragen ambt te vervullen of die zich zonder geldige reden, onttrekt aan de aanwijzing, vermeld in artikel 45 tot en met 50, of die door zijn schuld, zijn onvoorzichtigheid of zijn nalatigheid op om het even welke manier de hem toevertrouwde opdracht in gevaar brengt, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 200 euro.

Art. 241.

Iedere voorzitter, bijzitter of secretaris van een bureau en iedere getuige die het geheim van de stemming kenbaar maakt, wordt gestraft met geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro.

Art. 242.

Met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro wordt gestraft ieder lid van een bureau of iedere getuige die bij de stemming of bij de stemopneming betrapt wordt op bedrieglijke verandering, op wegneming of op bijvoeging van biljetten, of die bewust minder of meer stembiljetten of stemmen aantekent dan hij werkelijk te tellen heeft gekregen.

Ieder ander persoon die schuldig is aan de feiten, vermeld in het vorige lid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.

Van de feiten, vermeld in het eerste en het tweede lid, wordt onmiddellijk melding gemaakt in het proces-verbaal.

Art. 243.

Met gevangenisstraf van een maand tot eenjaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro wordt gestraft hij die, buiten de gevallen, vermeld in titel 11 van deel 2, stemt of zich ter stemming aanmeldt onder naam van een andere kiezer.

Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, op enigerlei wijze, een of meer officiële stembiljetten wegneemt of achterhoudt.
Met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro wordt gestraft :
1° hij die, op grond van titel 11 van deel 2, volmacht heeft gegeven terwijl hij de desbetreffende voorwaarden niet vervulde;
2° hij die volmacht heeft gegeven en zijn gemachtigde heeft laten stemmen, terwijl hij zijn stemrecht zelf kon uitoefenen;
3° hij die bewust in naam van zijn lastgever heeft gestemd, terwijl die overleden was of zijn stemrecht zelf kon uitoefenen;
4° hij die meer dan één volmacht heeft aangenomen of gegeven op grond van titel 11 van deel 2.

Art. 244.

Hij die in een kiescollege stemt met schending van artikel 8, 79 en 80, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

Art. 245.

Hij die op de dag van de stemming wanorde veroorzaakt, hetzij door een herkenningsteken te aanvaarden, te dragen of te vertonen, hetzij op een andere wijze, wordt gestraft met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.

Art. 246.

De vervolging van de misdaden en wanbedrijven, vermeld in dit decreet, alsook de burgerlijke rechtsvordering, verjaren na verloop van zes volle maanden vanaf de dag waarop de misdaden en wanbedrijven zijn gepleegd.

Art. 247.

Bij samenloop van verschillende wanbedrijven, vermeld in dit decreet, worden alle straffen samen opgelegd, zonder dat ze het dubbele van het maximum van de zwaarste straf te boven mogen gaan.

Bij samenloop van een of meer van die wanbedrijven en een van de misdaden vermeld in dit decreet, wordt alleen de op de misdaad gestelde straf uitgesproken.

Art. 248.

Als verzachtende omstandigheden aanwezig zijn kunnen de rechtbanken de straf van opsluiting door een gevangenisstraf van ten minste drie maanden vervangen en de gevangenisstraf tot beneden acht dagen, de geldboete tot beneden zesentwintig euro verminderen.

De rechtbanken kunnen een van de straffen, vermeld in het eerste lid, afzonderlijk uitspreken, zonder dat de straf lager mag zijn dan een politiestraf.

HOOFDSTUK 2 Strafbepalingen met betrekking tot de stemplicht
Art. 249.

Deelneming aan de stemming is verplicht.

Art. 250.

Kiezers die onmogelijk aan de stemming kunnen deelnemen, mogen de redenen van hun onthouding, met de nodige verantwoording, aan de vrederechter meedelen.

Zij die op de dag van de stemming krachtens een rechterlijke of administratieve beslissing van hun vrijheid beroofd zijn, worden geacht onmogelijk aan de stemming te kunnen deelnemen.

Art. 251.

Er wordt geen vervolging ingesteld, als deze verschoning gegrond wordt geacht door de vrederechter, in overeenstemming met de procureur des Konings.

Art. 252.

Binnen acht dagen na de afkondiging van de namen van de verkozenen maakt de procureur des Konings de lijst op van de kiezers die niet aan de stemming hebben deelgenomen en van wie de verschoning niet is aangenomen. Die kiezers verschijnen op een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank, die, nadat ze het openbaar ministerie heeft gehoord, beslist zonder dat de mogelijkheid bestaat om hoger beroep in te dienen.

Art. 253.

Een eerste, niet gewettigde onthouding wordt naargelang van de omstandigheden gestraft met een berisping of met een geldboete van vijf euro tot tien euro.

Bij herhaling is de geldboete tien euro tot vijfentwintig euro. Een vervangende gevangenisstraf wordt niet uitgesproken.

Met behoud van de toepassing van de voormelde strafbepalingen wordt de kiezer, als de niet-gewettigde onthouding ten minste viermaal voorkomt binnen vijftien jaar, voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt en kan hij gedurende die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een openbare overheid.

In de gevallen vermeld in dit artikel, kan geen uitstel van de ten uitvoering van de straf worden verleend.

Tegen een veroordeling bij verstek staat verzet open gedurende zes maanden na de betekening van het vonnis. Het verzet kan worden aangetekend bij eenvoudige verklaring, zonder kosten, op het gemeentehuis.

Art. 254.

Hij die zijn stemplicht verzuimt bij een provincieraadsverkiezing, gemeenteraadsverkiezing, stadsdistrictsraadsverkiezing, na een zelfde verzuim te hebben begaan bij een andere verkiezing, en omgekeerd, is niet in staat van herhaling.

De bepalingen van dit artikel, als ze de herhaling van een niet-gewettigd verzuim van de stemplicht betreffen, vinden alleen toepassing als de verkiezingen van dezelfde aard zijn.

Titel 2 Het taalgebruik bij verkiezingen

Art. 255.

De overheden en alle met stemverrichtingen belaste diensten, zoals onder meer de stembureaus, de telbureaus, de gemeentelijke hoofdbureaus, de stadsdistrictshoofdbureaus, de provinciale hoofdbureaus, de provinciedistrictshoofdbureaus en de kantonhoofdbureaus gebruiken bij alle kiesverrichtingen uitsluitend het Nederlands.

Art. 256.

Alle documenten die in strijd met artikel 255 geheel of gedeeltelijk in een andere taal dan het Nederlands opgesteld zijn, zijn nietig.

De overheden en diensten, vermeld in artikel 255, moeten de nietige documenten als onbestaand beschouwen, en mogen ze niet aanplakken, gebruiken, tellen of verspreiden.

Art. 257.

De Nederlandse afdeling van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht heeft als taak over de toepassing van de bepalingen over het taalgebruik in dit decreet te waken. Ze beschikt daartoe over alle bevoegdheden, bepaald in artikel 60 en 61 van de gecoördineerde wetten op het taalgebruik in bestuurszaken. Bovendien heeft ze de opdracht om alle documenten die krachtens artikel 256 nietig zijn, onmiddellijk in beslag te nemen en onder verzegeling op haar zetel te bewaren.

Art. 258.

Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van zesentwintig tot vijfhonderd frank of met een van die straffen alleen al wie de bepalingen over het taalgebruik in dit decreet overtreedt.

Art. 259.

Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de misdrijven, vermeld in dit hoofdstuk.

Art. 260.

De publieke rechtsvordering wegens overtreding van de bepalingen over het taalgebruik van dit decreet verjaart na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.

Titel 3 De kosten van de verkiezingen

Art. 261.

§ 1. De verkiezingsuitgaven voor het verkiezingspapier zijn ten laste van het Vlaamse Gewest.

§ 2. Komen bij de gewone verkiezingen ten laste van de provincies :
1° het presentiegeld en de reisvergoeding waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering;
2° de reiskosten voorgelegd door de kiezers die op de dag van de verkiezing niet meer in de gemeente verblijven waar ze als kiezers zijn ingeschreven, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering;
3° de verzekeringspremies om de lichamelijke schade te dekken die voortvloeit uit ongevallen die de leden van de kiesbureaus zijn overkomen bij de uitoefening van hun ambt. De Vlaamse Regering bepaalt de regels volgens dewelke die risico's worden gedekt.

§ 3. Komen ten laste van de gemeenten :
1° de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden die ze leveren volgens de door de Vlaamse Regering goedgekeurde modellen;
2° alle andere verkiezingsuitgaven.

Titel 4 De waarnemers

Art. 262.

De waarnemers die afkomstig zijn van erkende internationale organisaties of die afgevaardigd zijn door andere landen, kunnen gemachtigd worden alle kiesverrichtingen te volgen. Zij worden in dat geval toegelaten in de verschillende bureaus op voorwaarde dat zij hun door de Vlaamse Regering uitgereikte legitimatiekaart aan de voorzitter voorleggen.

Deel 6 Slotbepalingen

Titel 1 Wijzigingsbepalingen

Art. 263.

In artikel 5, § 3, eerste lid, van het Gemeentedecreet, gewijzigd bij het decreet van 23 januari 2009, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"§ 3. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het in aanmerking te nemen inwonertal is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente hadden.".

Art. 264.

In artikel 13, eerste lid, artikel 16, eerste lid, artikel 219, artikel 273, § 1, artikel 297, § 3, en artikel 298, § 2, van hetzelfde decreet, worden de woorden "de Gemeentekieswet" vervangen door de woorden "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

Art. 265.

In artikel 14, 6°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de woorden "artikel 85quater, § 2, van de Gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932" vervangen door de woorden "artikel 205 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

Art. 266.

In artikel 38, § 2, 7°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006, worden de woorden "die, overeenkomstig artikel 23 van de Gemeentekieswet, tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het hoofdstembureau wordt overhandigd" vervangen door de woorden "die, overeenkomstig artikel 70 en 91 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau wordt overhandigd".

Art. 267.

In artikel 209, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Artikel 13 van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "Artikel 15, § 5, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

Art. 268.

In artikel 213 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 23 januari 2009, worden de woorden "titel V van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "hoofdstuk 1 van deel 5, titel 1, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011" en worden de woorden "artikel 194" vervangen door de woorden "artikel 234".

Art. 269.

In artikel 5 van het Provinciedecreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt paragraaf 2, eerste lid, vervangen door wat volgt :
« § 2. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de provincieraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen provincieraadsleden per provincie op basis van de bevolkingsaantallen van de provincies. Het inwonertal dat in aanmerking moet worden genomen, is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de provincieraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de gemeenten van de desbetreffende provincies hadden.

Art. 269/1.

In artikel 5 van het Provinciedecreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
« § 1. De Provincieraad vertegenwoordigt de hele bevolking van de provincie. Hij bestaat, met inbegrip van de leden van de deputatie van de provincieraad die als provincieraadslid werden verkozen, uit :
1° 63 leden in provincies met minder dan 1 000 000 inwoners;
2° 72 leden in provincies met 1 000 000 of meer inwoners. ».

Art. 270.

In artikel 6, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006, wordt de eerste zin opgeheven.

Art. 271.

In artikel 13, eerste lid, artikel 16, eerste lid, en artikel 212 van hetzelfde decreet worden de woorden "de provinciekieswet" vervangen door de woorden "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

Art. 272.

In artikel 202, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Artikel 13 van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "Artikel 15, § 5, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011";

Art. 273.

In artikel 206 van hetzelfde decreet worden de woorden "titel V van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "hoofdstuk 1 van deel 5, titel 1, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011" en worden de woorden "artikel 194" vervangen door de woorden "artikel 234".

Art. 274.

In artikel 14, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de woorden "artikel 85quater, § 2, van de Gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932" vervangen door de woorden "artikel 205 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

Art. 275.

In artikel 38, § 2, 7°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006, worden de woorden "die, overeenkomstig artikel 11 van de provinciekieswet, tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het districtshoofdbureau wordt overhandigd" vervangen door de woorden "die, overeenkomstig artikel 84, 3°, en 100, 8°, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het provinciedistricts-hoofdbureau wordt overhandigd".

Art. 276.

Artikel 5, § 2, eerste lid, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt vervangen door wat volgt :
« Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het in aanmerking te nemen inwonertal is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente hadden. ».

Art. 277.

In artikel 7 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "volle" geschrapt;
2° in het eerste lid, 4°, worden de woorden "in artikel 65 van de Gemeentekieswet" vervangen door de woorden "in artikel 58 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;
3° in het tweede lid worden de woorden "Artikel 65, tweede lid, van de Gemeentekieswet" vervangen door de woorden "Artikel 58, tweede lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

Art. 278.

In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, eerste lid, worden de woorden "bij het secretariaat van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen worden ingediend, hetzij met een aangetekende brief, hetzij met een brief, afgegeven tegen ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "aan de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen tegen ontvangstbewijs worden overhandigd, of aangetekend via de post worden verzonden,";
2° in § 4, tweede lid, worden de woorden ", dat uitdrukkelijk de intrekking van het eerdere verzoekschrift bevestigt" opgeheven;
3° in § 4, vijfde lid, worden de woorden "artikel 85ter, § 6, van de Gemeentekieswet," vervangen door de woorden "artikel 212 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;
4° in § 7 wordt het woord "dertig" vervangen door "veertig";
5° aan § 8, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd : "De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de leden van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.";
6° in § 9, tweede lid, wordt tussen de woorden "aan de gemeente" en "en aan de verkozenen" de volgende woorden ingevoegd : ", aan de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen".

Art. 279.

Het opschrift van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provincieraden, de gemeenteraden en de districtsraden wordt vervangen door wat volgt :
« Decreet houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement.

Titel 2 Opheffingsbepalingen

Art. 280.

De volgende bepalingen van de Gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932, worden opgeheven :
1° artikel 1;
2° artikel 1bis ;
3° artikel 1ter ;
4° artikel 2;
5° artikel 3;
6° artikel 4;
7° artikel 5, eerste lid, met uitzondering voor wat de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, Voeren en Komen-Waasten betreft de bepaling die betrekking heeft op het verzenden door het gemeentebestuur van twee exemplaren van de lijst der gemeenteraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde;
8° artikel 6;
9° artikel 7;
10° artikel 8, eerste tot en met vierde lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepalingen met betrekking tot de bevoegdheden die zijn toegekend aan de provinciegouverneur of aan zijn gemachtigde;
11° artikel 9;
12° artikel 10;
13° artikel 11;
14° artikel 12;
15° artikel 13;
16° artikel 14;
17° artikel 15;
18° artikel 16;
19° artikel 17;
20° artikel 18;
21° artikel 19;
22° artikel 20;
23° artikel 21;
24° artikel 22;
25° artikel 22bis ;
26° artikel 23;
27° artikel 23ter met uitzondering voor wat betreft de bepalingen die betrekking hebben op de Brusselse instellingen en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn in Komen-Waasten, Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
28° artikel 24;
29° artikel 24bis ;
30° artikel 25;
31° artikel 26;
32° artikel 27;
33° artikel 28;
34° artikel 29;
35° artikel 30, met uitzondering voor wat betreft de voorschriften met betrekking tot de opmaak van het stembiljet in Komen-Waasten, Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van talen in bestuurszaken;
36° artikel 30ter ;
<37° artikel 31;
38° artikel 32;
39° artikel 33;
40° artikel 34;
41° artikel 35;
42° artikel 36;
43° artikel 37;
44° artikel 38;
45° artikel 40;
46° artikel 41;
47° artikel 42;
48° artikel 42bis ;
49° artikel 43;
50° artikel 44;
51° artikel 45;
52° artikel 46;
53° artikel 47;
54° artikel 48;
55° artikel 49;
56° artikel 50;
57° artikel 51;
58° artikel 52;
59° artikel 53;
60° artikel 54;
61° artikel 55;
62° artikel 56, met uitzondering voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen en van de leden van het vast bureau in Komen-Waasten, Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
63° artikel 57;
64° artikel 57bis ;
65° artikel 58;
66° artikel 58bis ;
67° artikel 59;
68° artikel 60;
69° artikel 61;
70° artikel 62;
71° artikel 64;
72° artikel 65;
73° artikel 74, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren; Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
74° artikel 74bis, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
75° artikel 75, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
76° artikel 76, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
77° artikel 76bis, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
78° artikel 77, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
79° artikel 84;
80° artikel 84bis ;
81° artikel 85;
82° artikel 85bis ;
83° artikel 85ter ;
84° artikel 85quater ;
85° artikel 85quinquies ;
86° artikel 85sexies ;
87° artikel 85septies ;
88° artikel 85octies ;
89° artikel 85novies ;
90° artikel 85decies ;
91° artikel 85undecies ;
92° artikel 86;
93° artikel 87;
94° artikel 88;
95° artikel 89;
96° artikel 90;
97° artikel 91;
98° artikel 92;
99° artikel 93;
100° artikel 94;
101° artikel 95;
102° artikel 96;
103° artikel 97;
104° artikel 98;
105° artikel 99;
106° artikel 101;
107° artikel 102;
108° artikel 103;
109° artikel 104;
110° artikel 105;
111° artikel 106;
112° artikel 107;
113° artikel 108;
114° artikel 109;
115° artikel 110;
116° artikel 111;
117° artikel 112;
118° artikel 113;
119° artikel 114;
120° artikel 115;
121° artikel 116;
122° artikel 117.

Art. 281.

De volgende bepalingen van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen worden opgeheven :
1° artikel 1;
2° artikel 1bis ;
3° artikel 1ter ;
4° artikel 1quater ;
5° artikel 1quinquies ;
6° artikel 1sexies ;
7° artikel 2, § 1;
8° artikel 2, § 2, eerste tot en met derde lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepalingen met betrekking tot de bevoegdheden die zijn toegekend aan de provinciegouverneur of aan zijn afgevaardigde;
9° artikel 3;
10° artikel 3bis, eerste lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepaling met betrekking tot de verzending van twee voor echt verklaarde uittreksels uit de lijst der kiezers;
11° artikel 3ter ;
12° artikel 3sexies ;
13° artikel 3septies ;
14° artikel 3octies ;
15° artikel 3novies, eerste lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepaling met betrekking tot het afschrift van de lijst met de samenstelling van de stembureaus;
16° artikel 3novies, derde lid;
17° artikel 3decies ;
18° artikel 3undecies ;
19° artikel 4;
20° artikel 5, eerste lid;
21° artikel 5, tweede lid, met uitzondering voor wat Voeren en Komen-Waasten betreft;
22° artikel 5, vierde tot en met achtste lid;
23° artikel 8;
24° artikel 9;
25° artikel 9bis ;
26° artikel 9ter ;
27° artikel 9quater ;
28° artikel 9quinquies ;
29° artikel 9sexies ;
30° artikel 9septies ;
31° artikel 10;
32° artikel 11, met uitzondering van het vijfde lid voor zover het betrekking heeft op de gemeenten die deel uitmaken van het Duits taalgebied;
33° artikel 11bis ;
34° artikel 12;
35° artikel 13;
36° artikel 14;
37° artikel 15;
38° artikel 16;
39° artikel 17;
40° artikel 18;
41° artikel 18bis ;
42° artikel 19;
43° artikel 20;
44° artikel 21;
45° artikel 21bis ;
46° artikel 21ter ;
47° artikel 22;
48° artikel 23;
49° artikel 29;
50° artikel 32;
51° artikel 36;
52° artikel 37;
53° artikel 37/1;
54° artikel 37bis ;
55° artikel 37ter ;
56° artikel 37quater ;
57° artikel 37quinques ;
58° artikel 37sexies ;
59° artikel 37septies ;
60° artikel 37octies ;
61° artikel 37novies ;
62° artikel 37decies ;
63° artikel 37undecies ;
64° artikel 38;
65° artikel 43, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de provincie Waals-Brabant.

Art. 282.

Het decreet van 18 mei 1994 houdende regeling van het taalgebruik bij de verkiezingen wordt opgeheven voor wat betreft de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen.

Art. 283.

Hoofdstuk IIIbis van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provincieraden, de gemeenteraden en de districtraden, wordt opgeheven.

Titel 3 Overgangsbepalingen

Art. 284.

Bezwaren die ingediend zijn bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen voor 1 maart 2012, zullen behandeld worden overeenkomstig de bepalingen houdende de organisatie van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die van toepassing zijn voor 1 maart 2012.

Bezwaren die ingediend zijn bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen vanaf 1 maart 2012, zullen behandeld worden overeenkomstig de bepalingen houdende de organisatie van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die van toepassing zijn vanaf 1 maart 2012.

Art. 285.

Tot de inwerkingtreding van artikel 71, eerste lid, geldt de volgende bepaling :
« De voordrachtsakte vermeldt de voornaam of voornamen en achternaam, eventueel de roepnaam, de geboortedatum, het geslacht, het rijksregisternummer, het beroep, de hoofdverblijfplaats en de handtekening van de kandidaten en in voorkomend geval van de kiezers die hen voordragen. Ze vermeldt eveneens de lijstnaam die boven de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan. De naam van de vrouwelijke kandidaat die gehuwd of weduwe is, mag voorafgegaan worden door de naam van haar echtgenoot of echtgenote of van haar overleden echtgenoot of echtgenote. De naam van de mannelijke kandidaat die gehuwd of weduwnaar is, mag worden gevolgd door de naam van zijn echtgenote of echtgenoot of van zijn overleden echtgenote of echtgenoot. Voor de toepassing van deze bepaling worden de personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben afgesloten, met echtgenoten gelijkgesteld. ».

Titel 4 Bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding

Art. 286.

Dit decreet treedt in werking op de tiende dag na datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de bepalingen, vermeld in het tweede en het derde lid.

Artikel 202 tot en met 205, artikel 207 tot en met 217, artikel 265, artikel 274, artikel 278, artikel 280, 82° tot en met 91°, en artikel 281, 53°, treden in werking op 1 maart 2012.

Artikel 71, eerste lid, treedt in werking op 1 januari 2018.

Bijlage

Provincie Antwerpen


Provinciedistrict

Kieskanton

Gemeente

Provinciaal kiesarrondissement Antwerpen

Antwerpen

Antwerpen

Antwerpen (1) (2) (3)

Zwijndrecht

Boom

Boom

Boom (2) (3)

Hemiksem

Niel

Rumst

Schelle

Kontich

Kontich (3)

Aartselaar

Boechout

Borsbeek

Edegem

Hove

Lint

Mortsel

Kapellen

Kapellen

Kapellen (2) (3)

Brasschaat

Schoten

Stabroek

Brecht

Brecht (3)

Essen

Kalmthout

Wuustwezel

Malle

Zandhoven

Zandhoven (3)

Ranst

Schilde

Wijnegem

Wommelgem

Zoersel

Provinciaal kiesarrondissement Mechelen-Turnhout

Lier

Lier

Lier (2) (3)

Berlaar

Duffel

Duffel (3)

Bonheiden

Sint-Katelijne-Waver

Heist-op-den-Berg

Heist-op-den-Berg (3)

Nijlen

Putte

Mechelen

Mechelen

Mechelen (2) (3)

Willebroek

Puurs

Puurs (3)

Bornem

Sint-Amands

Herentals

Herentals

Herentals (2) (3)

Grobbendonk

Herenthout

Kasterlee

Lille

Olen

Vorselaar

Westerlo

Westerlo (3)

Herselt

Hulshout

Laakdal

Turnhout

Turnhout

Turnhout (2) (3)

Beerse

Oud-Turnhout

Vosselaar

Arendonk

Arendonk (3)

Dessel

Ravels

Retie

Mol

Mol (3)

Balen

Geel

Meerhout

Hoogstraten

Hoogstraten (3)

Baarle-Hertog

Merksplas

Rijkevorsel

(1) hoofdplaats van de provincie

(2) hoofdplaats van het provinciedistrict

(3) hoofdplaats van het kieskanton

Provincie Limburg


Provinciedistrict

Kieskanton

Gemeente

Provinciaal kiesarrondissement Limburg

Hasselt

Hasselt

Hasselt (1) (2) (3)

Diepenbeek

Zonhoven

Beringen

Beringen

Beringen (2) (3)

leopoldsburg

Tessenderlo

Ham

Heusden-Zolder

Peer

Peer

Peer (2) (3)

Hechtel-Eksel

Houthalen-Helchteren

Bree

Bree (3)

Bocholt

Meeuwen-Gruitrode

Genk

Genk

Genk (2) (3)

As

Opglabbeek

Zutendaal

Sint-Truiden

Sint-Truiden

Sint-Truiden (2) (3)

Gingelom

Nieuwerkerken

Herk-de-Stad

Herk-de-Stad (3)

Halen

Lummen

Borgloon

Borgloon (3)

Alken

Heers

Kortessem

Wellen

Maasmechelen

Maasmechelen

Maasmechelen (2) (3)

Lanaken

Maaseik

Maaseik (3)

Kinrooi

Dilsen-Stokkem

Neerpelt

Neerpelt

Neerpelt (2) (3)

Lommel

Overpelt

Hamont-Achel

Tongeren

Tongeren

Tongeren (2) (3)

Herstappe

Bilzen

Bilzen (3)

Hoeselt

Riemst

Riemst (3)

Voeren

Voeren (3)

(1) hoofdplaats van de provincie

(2) hoofdplaats van het provinciedistrict

(3) hoofdplaats van het kieskanton

Provincie Oost-Vlaanderen


Provinciedistrict

Kieskanton

Gemeente

Provinciaal kiesarrondissement Gent

Gent

Gent

Gent (1) (2) (3)

Eeklo

Eeklo

Eeklo (2) (3)

Maldegem

Sint-Laureins

Assenede

Assenede (3)

Zelzate

Kaprijke

Kaprijke (3)

Evergem

Evergem (3)

Waarschoot

Waarschoot (3)

Zomergem

Zomergem (3)

Knesselare

Lovendegem

Deinze

Deinze

Deinze (2) (3)

Zulte

Nazareth

Nazareth (3)

De Pinte

Sint-Martens-Latem

nevele

Nevele (3)

Aalter

Destelbergen

Destelbergen (3)

Lochristi

Lochristi (3)

Moerbeke

Wachtebeke

Merelbeke

Merelbeke (3)

Gavere

Melle

Oosterzele

Provinciaal kiesarrondissement Aalst-Oudenaarde

Aalst

Aalst

Aalst (2) (3)

Lede

Erpe-Mere

Geraardsbergen

Geraardsbergen

Geraardsbergen (2) (3)

Ninove

Ninove (3)

Denderleeuw

Herzele

Herzele (3)

Haaltert

Sint-lievens-Houtem

Zottegem

Zottegem (3)

Oudenaarde

Oudenaarde

Oudenaarde (2) (3)

Wortegem-Petegem

Maarkedal

Kruishoutem

Kruishoutem (3)

Zingem

Brakel

Brakel (3)

Lierde

Horebeke

Horebeke (3)

Zwalm

Ronse

Ronse (3)

Kluisbergen

Provinciaal kiesarrondissement Dendermonde-Sint-Niklaas

Dendermonde

Dendermonde

Dendermonde (2) (3)

Buggenhout

Lebbeke

Wetteren

Wetteren (3)

Laarne

Wichelen

Hamme

Hamme (3)

Waasmunster

Zele

Zele (3)

Berlare

Sint-Niklaas

Sint-Niklaas

Sint-Niklaas (2) (3)

Lokeren

Lokeren (3)

Beveren

Beveren (3)

Sint-Gillis-Waas

Sint-Gillis-Waas (3)

Stekene

Temse

Temse(3)

Kruibeke

(1) hoofdplaats van de provincie

(2) hoofdplaats van het provinciedistrict

(3) hoofdplaats van het kieskanton

Provincie Vlaams-Brabant


Provinciedistrict

Kieskanton

Gemeente

Provinciaal kiesarrondissement Leuven

Leuven

Leuven

Leuven (1) (2) (3)

Bertem

Bierbeek

Herent

Huldenberg

Kortenberg

Oud-Heverlee

Tervuren

Diest

Diest

Diest (2) (3)

Bekkevoort

Kortenaken

Scherpenheuvel-Zichem

Aarschot

Aarschot (3)

Begijnenbijk

Tielt-Winge

Haacht

Haacht (3)

Boortmeerbeek

Holsbeek

Keerbergen

Rotselaar

Tremelo

Tienen

Tienen

Tienen (2) (3)

Boutersem

Hoegaarden

Glabbeek

Glabbeek (3)

Lubbeek

Landen

Landen (3)

Haacht

Zoutleeuw (3)

Geetbets

Linter

Provinciaal kiesarrondissement Halle-Vilvoorde

Halle

Halle

Halle (2) (3)

Beersel

Pepingen

Sint-Pieters-Leeuw

Drogenbos

Linkebeek

Sint-Genesius-Rode

Asse

Asse (3)

Dilbeek

Liedekerke

Merchtem

Opwijk

Ternat

Affligem

Lennik

Lennik (3)

Bever

Galmaarden

Gooik

Herne

Roosdaal

Vilvoorde

Vilvoorde

Vilvoorde (2) (3)

Kampenhout

Machelen

Zemst

Meise

Meise (3)

Grimbergen

Kappelle-op-den-Bos

Londerzeel

Wemmel

Zaventem

Zaventem (3)

Hoeilaart

Overijse

Steenokkerzeel

Kraainem

Wezembeek-Oppem

(1) hoofdplaats van de provincie

(2) hoofdplaats van het provinciedistrict

(3) hoofdplaats van het kieskanton

Provincie West-Vlaanderen

Provinciedistrict

Kieskanton

Gemeente

Provinciaal kiesarrondissement Brugge

Brugge

Brugge

Brugge (1) (2) (3)

Beernem

Blankenberge

Damme

Jabbeke

Oostkamp

Zedelgem

Zuienkerke

Knokke-Heist

Torhout

Torhout (3)

Provinciaal kiesarrondissement Kortrijk-Ieper

Ieper

Ieper

Ieper (2) (3)

Langemark-Poelkapelle

Vleteren

Vleteren (3)

Wervik

Wervik (3)

Zonnebeke

Zonnebeke (3)

Mesen

Mesen (3)

Heuvelland

Poperinge

Poperinge (3)

Kortrijk

Kortrijk

Kortrijk (2) (3)

Anzegem

Kuurne

lendelede

Zwevegem

Menen

Menen (3)

Wevelgem

Harelbeke

Harelbeke (3)

Deerlijk

Waregem

Avelgem

Avelgem (3)

Spiere-Helkijn

Provinciaal kiesarrondissement Oostende-Veurne-Diksmuide

Oostende

Oostende

Oostende (2) (3)

Bredene

Middelkerke

De Haan

Gistel

Gistel (3)

Ichtegem

Oudenburg

Veurne-Diksmuide

Diksmuide

Diksmuide (2) (3)

Houthulst

Koekelare

Kortemark

Lo-Reninge

Nieuwpoort

Nieuwpoort (3)

Veurne

Veurne (3)

Alveringem

De Panne

Koksijde

Provinciaal kiesarrondissement Roeselare-Tielt

Roeselare

Roeselare

Roeselare (2) (3)

Ledegem

Moorslede

Hooglede

Hooglede (3)

Staden

Izegem

Izegem (3)

Ingelmunster

Lichtervelde

Lichtervelde (3)

Tielt

Tielt

Tielst (2) (3)

Pittem

Ardooie

Meulebeke

Meulebeke (3)

Dentergem

Oostrozebeke

Oostrozebeke (3)

Wielsbeke

Ruiselede

Ruiselede (3)

Wingene

(1) hoofdplaats van de provincie

(2) hoofdplaats van het provinciedistrict

(3) hoofdplaats van het kieskanton